Kinderboekenweek 2020. Voor ons reden om flink wat vragen te stellen over lezen, leesonderwijs en boekpromotie. De vragen hebben we samen met Nicole Heister-Swart, onderzoeker bij het Expertisecentrum Nederlands, opgesteld en geanalyseerd.

Recente onderzoeken laten zien dat het begrijpend leesniveau van leerlingen daalt. Er zijn de afgelopen tijd tal van filmpjes, artikelen en blogs verschenen over dit onderwerp en ook in de Tweede Kamer is er veel aandacht voor de vraag waar het probleem vandaan komt en hoe we Nederlandse leerlingen weer beter kunnen leren lezen. We kunnen niet naar allemaal verwijzen, maar zullen er een paar gebruiken om onze resultaten te interpreteren.

1. Lezende leraren en leerlingen

Als leraar speel je een cruciale rol bij het vormgeven van goed taal- en leesonderwijs. Hoort zelf lezen daar bij? En wat lezen leraren dan? We hebben de antwoorden op die twee vragen met elkaar gecombineerd, om te zien of leraren die vinden dat leraren regelmatig te horen lezen, zelf ook veel lezen.  

We zien dat leraren die vinden dat regelmatig lezen hoort bij de cruciale rol die je speelt, de afgelopen 6 maanden ook meer hebben gelezen. Martin Bootsma beschrijft dit mooi in zijn blog over van leerlingen lezers maken: “Want vergis je niet. Pennac kreeg zijn leerlingen alleen aan het lezen omdat hij zelf een groot lezer was en de boeken die hij in de klas las van binnen en buiten kende. Om van leerlingen lezers te maken moet de leraar een groot lezer zijn.”

Verschillende soorten boek- en leespromotie komen vaker voor bij po en so dan bij vo en mbo. Een van de dingen die leraren kunnen doen in de klas is voorlezen. In het vo en mbo wordt dit weinig gedaan. Dat is ook te zien bij de antwoorden op de vraag of leraren op die dag hadden voorgelezen:

Leraren in het basisonderwijs lezen voor. Dat is niet verrassend. Maar ook in het vo is dit nog een effectieve en belangrijke manier om leerlingen te enthousiasmeren om zelf te lezen en ook teksten beter te laten begrijpen. In het VO hebben we gekeken naar verschillen tussen clusters. Onze groep respondenten is nog klein, dus we moeten voorzichtig zijn met interpreteren.

Het beeld dat uit onze resultaten komt (voorlezen gebeurt vooral bij alfa-vakken en niet tot nauwelijks bij beta-vakken), komt overeen met de observatie van bijvoorbeeld Fifi Schwarz: “In het voortgezet onderwijs wijzen de docenten Nederlands op het belang van taal, maar het volgende lesuur bij aardrijkskunde zijn de leerlingen weer met iets heel anders bezig.” Dit zien we ook terug in onze resultaten.

Nederlandse leerlingen zijn maar weinig gemotiveerd om te lezen: internationaal gezien staan we helemaal onderaan de ranglijst. Tijd voor actie! In een overzichtsstudie naar effecten van leesmotivatie wordt geconcludeerd dat investeren in leesmotivatie bijdraagt aan motivatie en leesvaardigheid. Effectieve ingrediënten zijn onder andere ruimte voor autonomie, aandacht voor interesses van leerlingen, werken aan zelfvertrouwen en investeren in samenwerken rond lezen.

2. Wat is begrijpend lezen

Het goed kunnen begrijpen van een geschreven tekst vergt verschillende vaardigheden en kennisbronnen. In zijn blog, beschrijft Martin Bootsma er een aantal die een rol spelen bij begrijpend lezen. Allereerst moeten leerlingen in staat zijn om de tekst technisch te kunnen lezen. Dit houdt in dat leerlingen letters naar klanken moeten kunnen omzetten en deze klanken samen moeten kunnen voegen tot woorden. Het is belangrijk dat leerlingen deze, in het begin lastige activiteit, goed oefenen zodat het een automatisch proces wordt waarbij het lezen zowel accuraat als vloeiend verloopt. Met alleen technisch lezen komt een lezer er echter niet. Het begrijpen van de woorden en deze samen kunnen voegen tot logische zinnen en tekstdelen is cruciaal en vergt voldoende achtergrond/vakinhoudelijke kennis. Om een tekst bij bijvoorbeeld biologie over bijvoorbeeld de bloedsomloop te kunnen begrijpen, moeten leerlingen kennis hebben over de anatomie van het lichaam en dan met name het hart. Zonder voldoende achtergrondkennis, is het voor een leerling onmogelijk om de tekst goed te doorgronden.

3. Gezamenlijke verantwoordelijkheid

Het is een belangrijke taak van het onderwijs om leerlingen met voldoende kennis en vaardigheden uit te rusten. Lezen en begrijpend lezen is in die zin een verantwoordelijkheid van alle leraren, niet alleen die in het PO of in het VO bij Nederlands.

Wat heel interessant is om te zien, is dat binnen het vo leraren aangeven dat de hele school moet meewerken aan goed begrijpend leesonderwijs, maar dat ze niet allemaal bewust en expliciet bijdragen aan het leesniveau van hun leerlingen.

Een directe verklaring hebben we hier niet voor. Misschien ontbreekt er kennis over hoe dit aangepakt kan worden. Fifi Schwarz eindigt haar blog met: “Natuurlijk is ook scholing in lees- en taaldidactiek nodig. Eigenlijk zou dit, net zoals lesgeven en lessen ontwerpen met ict, een vast onderdeel moeten zijn van de lerarenopleiding en professionaliseringstrajecten.
Voor docenten kan het voelen alsof zij dan nog meer extra’s op hun bord krijgen. Maar leesvaardigheid is in het belang van ons allemaal en moet dus een gedeelde verantwoordelijkheid zijn. Dit is niet extra, dit is pure noodzaak.”

Dit zouden zeker interessante zaken zijn om verder uit te pluizen!

4. Tips

Zoals altijd delen we aan het eind van onze blog de tips die we de afgelopen week gaven!
Urennorm wereldwijd
Liefde voor lezen begint met de leraar
Meesterwerk podcast #55 Leesplezier
Een niet te missen boek over begrijpend lezen
Wat is de relatie tussen tijdsinvestering in lezen en de groei in voortgezet technische leesvaardigheid?
Meer Netflixen en minder lezen: is dat wel zo erg?
Zó ontwikkel je succesvolle interacties met leerlingen met ASS

  • Laatste wijziging in bericht:9 oktober 2020