Enige tijd geleden hebben we een serie vragen over digitale geletterdheid gesteld. Koen Buiters (Projectleider digitale geletterdheid bij Openbaar Onderwijs Groningen) en Remco Pijpers (Kennisnet) hebben de antwoorden voor deze vragen voor ons geïnterpreteerd.

(Digitale) talenten van leraren

Als je de talenten van van de leerkrachten/docenten bekijkt, dan zou je veel van de resultaten kunnen samenvatten onder het thema ‘ICT-basisvaardigheden’. Hoe denken jullie over deze uitkomst?

Remco: “Dat de leraren kennelijk wel vertrouwen hebben in hun eigen basale vaardigheden op het gebied van ict. Vind je dat ook niet heel goed nieuws, Koen? Leraren moeten zoveel met ICT, dat ze de basis inmiddels wel orde hebben, al zal het voor sommigen met vallen en opstaan gaan, maar bij wie niet?”

Koen: “Ik vind het goed nieuws. De basisvaardigheden, vormen (….misschien een open deur) de basis voor verdere ontwikkelingen. Ik hoop wel dat leraren digitale geletterdheid steeds breder gaan zien, niet alleen als ‘de basisvaardigheden’, maar ook andere digitale kennis gaan opdoen en meenemen in de onderwijspraktijk.”

Denk je dat deze uitkomst na de opname van digitale geletterdheid in kerndoelen, gaat veranderen? 

Remco: “Als digitale geletterdheid een vast onderdeel wordt in het onderwijs, dan zal dat ook het nodige betekenen voor de lerarenopleidingen. Er is daar al veel aandacht voor ‘leren met ICT’, maar ‘leren over ICT’ is onderbelicht. Kerndoelen voor digitale geletterdheid zullen meer duidelijkheid geven over wat er van leraren wordt verwacht en daar zullen scholen en de opleidingen mee aan de slag gaan.”

Koen: “Ik zie dat de focus op veel scholen nu ligt op ‘vaardigheden’, belangrijk is ook, dat er steeds meer kennis over digitale technologie nodig is. Neem als voorbeeld de impact van AI en deepfake-video’s. In onze samenleving zullen veel nieuwe digitale ontwikkelingen zorgen voor verstoring, maar gaan we dat ook in het onderwijs de plek geven die nodig is?”

Inzet van digitale talenten

Je ziet dat er, naarmate de leerlingen ouder zijn, meer creatief gebruik wordt gemaakt van digitale toepassingen. Heb jij hier goede praktijkvoorbeelden bij? 

Remco: “Hoe Alasca, een middelbare school in Amsterdam, digitale geletterdheid creatief en filosofisch invult is een voorbeeld waar andere scholen van kunnen leren. Het is een nieuwe school, die niet werkt met een regulier lesrooster, zoals op andere scholen, maar met modules, met een interdisciplinair karakter. Leerlingen wordt bijvoorbeeld gevraagd een dataset naar keuze te analyseren en te visualiseren. Ze moeten bijvoorbeeld op basis van data van de Formule 1 bepalen wat het best presterende team van de afgelopen tien jaar is geweest. Op basis van de data leren ze ook statistiek toe te passen. Ze gebruiken een programmeertaal om centrummaten te berekenen en de data in diagrammen weer te geven. Fantastisch, toch? In ons Handboek Digitale Geletterdheid vind je het verhaal van Alasca-docent Berry Nieskens.”

Als je kijkt naar de vraag over ‘wat zouden leerlingen moeten leren’, zie je een evenwichtiger beeld ontstaan; de genoemde kennis en vaardigheden, beslaan ook andere thema’s en leerlijnen van digitale geletterdheid. Wat zou dit betekenen voor de professionalisering van leerkrachten en docenten? 

Remco: “Dat vind ik een lastige vraag. Met het vooruitzicht van digitale geletterdheid in het curriculum spitst de discussie zich meer toe op ‘professionalisering’ van de leraar. Ik ben benieuwd hoe jij daar tegenaan kijkt, Koen. De besluiten van een bestuurder over de inzet van technologie op school heeft enorme invloed op de autonomie van de leraar. Een Google Chromebook is niet alleen gereedschap om te werken en te leren. G-Suite for Education is meer dan een mooi ogende tool, die samenwerken en les op afstand mogelijk maakt. Dat geldt net zo goed voor adaptieve systemen als Gynzy en Snappet. Natuurlijk kun je niet zonder instrumentele digitale vaardigheden. En wil je leerlingen leren zich kritisch te verstaan tot digitale technologie, dan heb je als leraar ook digitale bagage nodig. Maar voordat we schieten in de mare dat elke leraar ‘datageletterd’ moet kunnen zijn en een halve programmeur moet worden, moeten we  juist meer oog hebben voor pedagogische gesprekken. Want hoe intelligent we systemen ook maken, het worstelen met problemen zal altijd blijven. Daar heb je de wijsheid van de leraar voor nodig. Ik ben geen professionaliserings-expert, geen lerarenopleider, maar zie heel veel heil in het werk van een lector als Hester IJsseling, die onderzoekt wat het betekent om te professionaliseren ‘vanuit hart en ziel’. De wijsheid om met ingewikkelde problemen om te gaan zit, zoals zij zegt, niet tussen nullen en enen.”

Koen: “Ik ben het met je eens dat niet elke leraar (volledig) ‘datageletterd’ zou moeten zijn, ik pleit er wel voor dat er meer aandacht is voor een basisniveau rondom thema’s en inhouden die horen bij digitale geletterdheid. Hier hoort ook een vaardigheid bij, in het omgaan met digitale data en informatie. Uit de antwoorden denk ik op te maken dat leraren vinden dat hun leerlingen ‘bredere kennis’ over digitale technologie dienen op te doen. Die bredere kennis, zou als gevolg kunnen hebben, dat lerarenopleiders naast ‘digitale didactiek’ ook nieuwe inhouden in hun curricula moeten verwerken.” Mijn ervaring met de opleidingen is, dat er momenteel (nog) teveel aandacht wordt besteed aan digitale technologie als ondersteunend middel in het didactisch proces; bijvoorbeeld wanneer er modules worden aangeboden over ‘lesgeven met het digibord’. Bij het aanbieden van dergelijke modules, ontstaat er wellicht direct rendement voor de lespraktijk (je leert het digibord te gebruiken in de klas), maar vraag ik me af of er voldoende aandacht is voor de impact van technologie op het leven en de toekomst van onze leerlingen. Digitale geletterdheid als onderdeel van opleidingen, vraagt van lerarenopleiders, dat ze in de breedte aandacht besteden aan digitale kennis en vaardigheden. Ik vraag me af of hier momenteel genoeg urgentie bij gevoeld wordt om integratie van digitale geletterdheid in de lerarenopleidingen mogelijk te maken.

Minst favoriet zijn ‘coderen en/of programmeren’, zou dit komen door de onbekendheid?

Remco: “Ja, grotendeels. Maar ook omdat programmeren, vermoed ik, een economische lading heeft. De noodzaak om te leren programmeren komt vaak ter sprake als de noodklok wordt geluid vanwege een tekort aan IT-personeel. Verder wordt het gezien als ingewikkeld en weinig relevant in de onderwijscontext. De relevantie is er natuurlijk wel; dat laat het verhaal van Alasca (zie hierboven) mooi zien.”

Koen: “Ik denk dat de onbekendheid absoluut meespeelt. Het is vaak een behoorlijke vertaalslag, om de waarde van programmeren voor het onderwijs, te kunnen omschrijven aan leraren. Ik persoonlijk zie programmeren overigens niet alleen als ‘tekstueel coderen’ of programmeren met een visuele programmeertaal zoals Scratch. Programmeren doe je ook wanneer je muziek maakt of een video edit. 

Ik vind daarbij dat ‘computational thinking’ (de denkconcepten die nodig zijn om te kunnen programmeren), universeel toepasbaar zijn binnen verschillende technologieën en systemen, ze zijn voor mij daarom belangrijker dan alleen de benadering voor het onderwijs vanuit ‘programmeren/coderen’.

Het funderend onderwijs kan goed aandacht besteden aan de denkconcepten vanuit computational thinking in de context van verschillende digitale toepassingen, ook zonder dat je ‘hardcore aan het programmeren’ bent. Ik vind de benadering van Erik Barendsen daarin erg nuttig voor het onderwijs. Hij vertaalt computational thinking naar ‘grotere denkstappen’ die de toepassing in het onderwijs overzichtelijker en laagdrempeliger maken.

Het is volgens mij, belangrijk dat iedereen die met digitale technologie in aanraking komt, zicht heeft op de processen die zich achter de technologie afspelen. Door kennis te hebben over de werking van de technologie, kan je er invloed op uitoefenen. Door zelf te leren programmeren, leer je over de processen die bestaan, maar nog mooier; over die je zelf kan vormgeven”.

Inbedden van digitale geletterdheid

Soms wordt digitale geletterdheid gezien als een lobby, iets wat moet, en iets waar leraren niet op zitten te wachten. Toch lezen we ook regelmatig verzuchtingen van leraren die zien dat leerlingen geen Word-bestand kunnen opmaken en minder vaardig zijn dan sommigen mensen aannemen dat ze zijn. Ook uit de resultaten van Teacher Tapp blijkt dat de mate van digitale geletterdheid van leerlingen uiteenloopt. Zien leraren dat als een probleem?

Koen: “Dat is zeker een probleem; doordat er op verschillende basisscholen op zeer uiteenlopende manier met digitale geletterdheid wordt omgegaan, zien we op onze VO-scholen in Groningen, in de onderbouw veel verschillen in kennis en vaardigheden bij leerlingen. VO-scholen zoeken daarom vaak naar een bepaald basisniveau of soms zelfs naar een scan of 0-meting, zodat ze daarmee efficiënter kunnen omgaan met het differentiatievraagstuk.
Ik vind het waardevol om te kijken naar een basisniveau, maar wel, als er daarna niet alleen maar de focus ligt op het ‘bijspijkeren van de noodzakelijke vaardigheden die er volgens het (huidige) onderwijs nodig zijn’.
Dat leerlingen volgens een vast format een voorpagina kunnen ontwerpen in Word is in mijn ogen minder waardevol dan de leerlingen zelf laten nadenken over verschillende producten waarmee ze volgens eigen invulling op een creatieve manier een voorpagina kunnen ontwerpen.”

Leraren die de vragen in Teacher Tapp hebben beantwoord zijn verdeeld. Een deel vreest een achterstand als digitale geletterdheid geen plek krijgt in het onderwijs, een wat kleiner deel redt zich ook zonder verplichte plek in het onderwijs en een vergelijkbaar deel weet het niet. Dit laatste betekent niet dat leraren digitale geletterdheid liever niet in het onderwijs zien. Slechts een klein percentage vindt integratie van digitale geletterdheid niet nodig.

Koen: “Dat is een mooi resultaat, hoewel ik wel denk dat we toe moeten naar een ‘iets meer’ verplicht karakter rondom digitale geletterdheid. De komst van kerndoelen, zal de ontwikkeling van digitale geletterdheid in het onderwijs een steviger fundament geven. Door te werken aan meer eenheid, gaan we hopelijk steeds meer dezelfde taal spreken en maken we gezamenlijke ontwikkeling van doorlopende leerlijnen mogelijk. Wat ik overigens geweldig vind om te ervaren, is dat er een enorm netwerk van innovators en experts in Nederland is, dat zich enorm uitbreidt. De hoeveelheid expertise, maar ook beschikbare kant-en-klare-projecten is enorm. Door de ‘iets minder’ vrijblijvend te werken aan digitale geletterdheid, kunnen we (nog) beter gebruik maken van de beschikbare kennis en expertise. Het netwerk is er klaar voor merk ik, ik hoop dat het onderwijs dat ook zo ervaart!”

Tot slot delen we graag enkele voorbeelden van hoe andere scholen digitale geletterdheid inbedden in het onderwijs

Leerlijn digitale geletterdheid, Openbaar Onderwijs Groningen (2020)

Maak werk van digitale geletterdheid

Werken aan digitale geletterdheid: van visie naar praktijk (Handboek Kennisnet)

De lesmaterialen op Wikiwijs

De leerlijnen en lesmaterialen van FutureNL

De voorstellen voor de inhoud van de nieuwe kerndoelen van digitale geletterdheid vanuit Curriculum.nu

Tips

En zoals elke week, vind je in onze blog de tips die we in de app geven. Dit zijn de tips van 8 tot en met 16 maart!

BOEKOSCOOP: Leerlingen tot lezen brengen via verfilmde jeugdliteratuur

Signaleren van kindermishandeling

Armoede in de klas: zo ga je ermee om

Armoede schaadt leerprestaties

Het voordeel van weten dat je iets niet weet voor leren

Een sterke beroepsgroep

Chaos in het klaslokaal: Achter gesloten deuren is het niet stil

Klasmanagement: 6 fouten die je beter niet maakt (en wat wel te doen)

Vertel ik in de klas op wie ik stem?

  • Laatste wijziging in bericht:18 maart 2021