Woensdag 7 april was er in EduCAUTION aandacht voor de hoeveelheid mannen voor de klas. In de uitzending hielden verschillende meesters een mooi betoog over waarom mannen voor de klas nodig zijn en waarom er meer mannen voor de klas moeten komen. Ook ging het over het negatieve frame van de pabo en een carrière in het onderwijs. Het mooiste was echter de manier waarop deze mannelijke leraren over hun eigen ervaringen in het onderwijs spraken. Heb je de uitzending nog niet gezien? Kijk hem hier terug, het is een aanrader! Teacher Tapp mocht in de uitzending wat resultaten delen rondom dit thema. In dit blog gaan wat dieper in op verschillen tussen mannen en vrouwen in het onderwijs.

1. Meer meesters nodig? Denken juffen en meesters hier hetzelfde over?

Het onderwijs zou een afspiegeling moeten zijn van de maatschappij. Helaas zien we dat er weinig mannen voor de klas staan. Er werken meer vrouwen in het onderwijs dan mannen. In het primair onderwijs (PO) is dit verschil vooral duidelijk het geval. Het percentage vrouwen werkzaam in het basisonderwijs in Nederland is 86%, in de VS en Engeland 87% (de Zeeuw et al., 2014). Het hoogste aandeel mannen in het PO (23%) vindt men in ons land in Limburg (Stamos, 2016). In het speciaal en voort gezet onderwijs is dit sekseverschil minder groot, maar ook daar zijn vrouwen in de meerderheid (Stamos, 2016).

Wij vroegen onze deelnemers of ze vinden dat er te weinig mannelijke leraren op hun school werken. In het basisonderwijs is zowel bij de mannen als vrouwen ruim 60% het hier (helemaal) mee eens. In het vo is ongeveer een zelfde percentage het (helemaal) oneens met deze stelling. Het tekort aan mannen wordt dus met name ervaren in het po. Is het volgens leraren belangrijk dat elke leerling les krijgt van zowel mannen als vrouwen?

Zowel mannen als vrouwen in po, vo en mbo vinden dit belangrijk. Hebben ze hier gelijk in? Hier wordt geconcludeerd dat “… het voor de schoolprestaties nagenoeg niet uitmaakt, en ook niet voor specifieke groepen leerlingen. Waarschijnlijk is het gezond voor kinderen om zowel mannelijke als vrouwelijke rolmodellen mee te maken op school. Het meest duidelijke voordeel van meer mannen in het onderwijs zou echter liggen in het werken met meer gemengde teams . Zowel lerarenteams als schoolbesturen die bestaan uit zowel mannen als vrouwen bereiken meer dan anders.”

2. Waarom ben je leraar geworden?

Uit een antwoord op een vraag in de Kennisrotonde blijkt dat mannelijke leerkrachten minder stress ervaren dan hun vrouwelijke collega’s (Agai-Demjaha, Bislimovska, & Mijakoski, 2015). Ook is er te lezen: “In competenties en werktevredenheid lijken mannelijke en vrouwelijke docenten niet te verschillen, al lijken vrouwen iets zekerder te zijn van eigen kunnen en tevens hogere eisen aan zichzelf te stellen (Driessen, 2005; Timmerman & Van Essen, 2004)”

Voor deze blog hebben wij een aantal van de door ons gestelde vragen eens gesplitst op geslacht, om verschillen tussen mannen en vrouwen te laten zien. Sommige vragen zijn gesteld toen ons panel nog net iets kleiner was.

Omdat we hier een kleine N hebben, moeten we voorzichtig zijn met conclusies trekken. Het aantal vrouwen in ons panel is hier evenredig verdeeld tussen po en vo. Hier valt vooral op dat vrouwen in het po als belangrijkste redenen die hebben bijgedragen aan de beslissing om het onderwijs in te gaan, willen werken met kinderen/jongeren en een verschil maken in het leven van leerlingen noemen. Dat laatste wordt ook genoemd door vrouwen in het vo, gevolgd door de sterke interesse in hun vak willen volgen. De groep mannen is, vooral in het po, te klein om een tendens te benoemen.

Meer mannen voor de klas krijgen betekent meer mannen de opleiding laten instromen én afronden. Helaas is er veel uitval tijdens de opleiding, vooral onder mannen. Na vijf jaar opleiding heeft slechts 25% van mannelijke pabo-studenten een diploma behaald, versus 52% van vrouwelijke studenten. Nog geen 20% van de gediplomeerden is man, in 2014 607 mannen om 3.518 vrouwen (Stamos, 2009). Maar, als mannen de opleiding wel afronden, blijven ze dan ook in het onderwijs?

Ook hier is onze groep mannen in het po klein, dus ook hier kunnen we geen harde conclusies trekken. We zien dat in het vo zowel bij de mannen als vrouwen leraren die waarschijnlijk niet tot hun pensioen leraar zijn in de minderheid zijn. In het po is dat percentage groter. Dit kan natuurlijk te maken hebben met de leeftijd of jaren ervaring van de deelnemers. Wanneer we splitsen op geslacht én ervaring zien we dit ook: het percentage leraren dat hoogstwaarschijnlijk tot aan pensioen leraar is, is het grootst bij de leraren met meer dan 20 jaar ervaring.
Mannen met vrouwen vergelijken is wat lastig, omdat we minder mannen in ons panel hebben. We hebben vooral meer vrouwen met meer jaren ervaring in ons panel. Als we de mannen onderling vergelijken (daar zijn de aantallen ongeveer gelijk), zien we dat steeds ongeveer 20-30% aangeeft waarschijnlijk niet tot aan het pensioen leraar te zijn. Kijken we naar vrouwen tot en met 10 jaar ervaring, dan zien we dat ruim 30% aangeeft waarschijnlijk niet tot aan het pensioen leraar te zijn.

Tot aan je pensioen leraar willen blijven, kan ook te maken hebben met de redenen die hebben bijgedragen aan je beslissing om leraar te worden. Ook hier zijn de aantallen laag. We zien dat de groepen die voor ja, hoogstwaarschijnlijk, misschien en nee, waarschijnlijk niet kozen bij de pensioen-vraag, ongeveer gelijk zijn. Wat dan opvalt is dat van de leraren die waarschijnlijk niet hun pensioen als leraar halen 31% aangeeft dat een belangrijke reden bij de beslissing om leraar te worden de kans om een verschil in de maatschappij te maken noemt. Dit percentage is lager bij de leraren die verwachten wel in het beroep te blijven tot hun pensioen.

3. Dat is een echte mannen-uitspraak?

Zeggen leerlingen andere dingen tegen meesters dan tegen juffen? Zeggen vrouwen andere dingen tegen hun leerlingen dan mannen? Praten mensen anders over mannelijke leraren dan over vrouwelijke?

Wat leerlingen zeggen tegen hun leraren verschilt vooral per sector, en niet tussen mannen en vrouwen. Een uitzondering hierop is de opmerking “Heeft u nieuwe schoenen?” (of kleren of een bril). Dat horen vrouwen vaker. In het po zijn leerlingen vaker een pen kwijt, terwijl in het vo de boeken en laptops meer vergeten worden. Logisch verschil ook wel, net als het feit dat in het vo vaker gevraagd wordt of het voor een cijfer is en of het werk al is nagekeken.

Ook bij de uitspraken die leraren zelf doen is er meer verschil tussen sectoren dan tussen geslacht. Mooi om te zien dat complimenten geven daarop een uitzondering is, dat gebeurt overal en bij zowel mannen als vrouwen in hoge mate. Dit geldt ook voor de uitspraken ‘Dat is een goede vraag!’ en ‘Zijn er nog vragen’?

In beide sectoren blijken vrouwen vaker iets te zeggen over kauwgom, telefoon en zitten op een stoel.

En wat zeggen anderen (niet-leraren!) wel eens tegen leraren? Met stip op 1: “Maar je hebt tig weken vakantie”. Bij deze vraag zien we, anders dan de andere twee vragen ook geen grote verschillen tussen sectoren.

3. Gebruikers Teacher Tapp Nederland, doen er voldoende mannen mee?

Ons panel is qua aantal nog niet representatief voor de beroepsgroep. Maar hoe zit het met de verhouding tussen mannen en vrouwen? Op onderwijsgrafieken vonden we het volgende: “In zowel het po, vo als mbo is het percentage mannen de afgelopen jaren gedaald. In het po en mbo zijn de mannen in de minderheid. In het vo zijn de mannen en vrouwen in 2017 in evenwicht. In het po werkt het laagste percentage mannen (19%) gevolgd door het mbo (47%) en vo (50%). ” In het po is het percentage mannen in ons panel ongeveer 20%, en in het vo 50%. Ook in het mbo hebben wij net iets meer vrouwen in ons panel, maar geen extreem verschil.

Help je mee het aantal gebruikers van Teacher Tapp Nederland te doen toenemen? Nodig dan zowel een mannelijke als een vrouwelijke collega uit om de app een week te gebruiken! Ook je schoolleider is welkom om mee te doen!

4. Tips

En zoals elke week, vind je in onze blog de tips die we in de app geven. Dit zijn de tips van 2 tot en met 8 april!
Mini-podcasts Onderwijs op afstand
Buitenschoolse kennis maakt je les rijker.
Wat is het effect van het geslacht van leraren in het primair onderwijs?
20 dingen die leerkrachten graag eens zouden zeggen
Wat komt er allemaal kijken bij differentiatie?
Onderpresterende leraar: als je collega het laat hangen
Kan een organisatie ziek worden? En wat moeten we dan doen om beter te worden? Tjipcast 050 met Philippe Bailleur

  • Laatste wijziging in bericht:9 april 2021