Omdat leraren hard nodig zijn, zet het landelijk beleid zich via zeven actielijnen in op zowel de aanwas van nieuwe leraren als het behoud van leraren in het beroep. Eén van die actielijnen richt zich op het verhogen van de instroom van de lerarenopleidingen. Hierbij wordt onder andere ingezet op een meer gevarieerd aanbod van opleidingsroutes. Er is momenteel een grote variatie aan opleidingsroutes die door de lerarenopleidingen worden aangeboden. Dat levert een gevarieerde populatie van studenten op die allen tijdens de opleiding als stagiair aan de slag gaan in verschillende schoolcontexten. Dit vraagt wat van de begeleiding van stagiairs door zowel het opleidingsinstituut als de (opleidings)scholen.

Een grotere variëteit aan studenten leidt tot een meer divers potentieel aan kennis en vaardigheden die door de teams en scholen kunnen worden benut. Dit laatste is echter niet gemakkelijk of vanzelfsprekend. Studenten (en startende leraren) ervaren dat er in scholen te weinig mogelijkheden zijn om zich te ontwikkelen en activiteiten uit te voeren die passen bij hun behoeftes, kennis en vaardigheden en een gebrek aan loopbaanmogelijkheden (Kamerbrief stand van zaken Lerarenagenda dd. 14 juni 2021, en ook onze eigen eerdere blog). Dit leidt niet alleen tot frustratie van de studenten maar zeker ook tot frustratie en teleurstelling bij zittende leraren, schoolleiders, schoolopleiders en lerarenopleiders.

In het project Expeditie Lerarenagenda wordt onderzocht hoe individuen en organisaties omgaan met een continu veranderend beeld van leraarschap; hoe verhouden zij zich tot ontwikkelingen en welke keuzes maken zij? De druk op lerarenopleidingen en scholen om de instroom van nieuwe leraren te vergroten en kwalitatief goede leraren op te leiden en te behouden voor het vak is een voorbeeld van zo’n verandering c.q. ontwikkeling.

Onderdeel van de Expeditie Lerarenagenda is de uitvoer van een serie casestudies in een veldstudie. Een van de casussen betreft een diepte-interview met twee betrokkenen van een lerarenopleiding die een bijzondere opleidingsroute aanbiedt. Deze opleiding heeft een geïntegreerd opleidingsconcept ontwikkeld waarin de PABO samenwerkt met een universiteit. Studenten behalen via de lerarenopleiding een PABO diploma en via de universiteit gelijktijdig een bachelor. Aanleiding voor de lerarenopleiding om dit geïntegreerde opleidingsconcept te starten was de wens om een academische PABO te starten en een impuls te geven aan de verbetering van het niveau van de PABO. Schoolbesturen in het primair onderwijs wilden over het algemeen wel graag meer academische leraren. Dit traject richt zich op het aantrekken van meer vwo’ers naar de PABO, om tegelijkertijd bij te dragen aan het vergroten van de diversiteit binnen lerarenteams. Studenten van de opleiding brengen tijdens de opleiding als stagiair en daarna als collega, aanvullende kennis en vaardigheden in door de koppeling van pedagogisch didactische kennis en vaardigheden en inhoudelijke, academische kennis, bijvoorbeeld omdat zij naast de opleiding een studie psychologie doen en zich daarbij richten op het jonge kind. De opleiding spreekt van hybride studenten.

Uit het interview blijkt dat in de praktijk een beperkte kruisbestuiving plaatsvindt tussen de studenten en de scholen. De schoolopleider en een lerarenopleider die door het Expeditieteam geïnterviewd zijn maken zich zorgen over de onderbenutting van de kennis en vaardigheden van ‘hun’ specifieke groep studenten. Ze geven aan dat zowel de scholen als de studenten de stage te veel als een reguliere stage ervaren, waardoor de extra kennis en vaardigheden van deze studenten gedurende de stage onderbenut wordt (zie bijvoorbeeld ook een recent verschenen rapport over academisch opgeleidde leraren werkzaam in het po dat dit ook concludeert). Dit leidt bij de opleiders tot gevoelens van frustratie en teleurstelling.

Teacher Tapp Nederland maakt het mogelijk om te verkennen in hoeverre bevindingen vanuit de casussen breder voorkomen in het onderwijsveld. In deze casus is gesproken met ‘slechts’ twee opleiders (lerarenopleider en schoolopleider), via Teacher Tapp kan een breder beeld worden gekregen hoe een grote groep leraren en schoolleiders werkzaam in verschillende sectoren dit ervaren. De gebruikers is daarom in de zomer van 2021 een serie vragen gesteld met betrekking tot kennisbenutting van stagiairs door het team waartoe zij behoren. Dit betreft stagiairs van elke willekeurige lerarenopleiding, en dus niet specifiek die van de opleidingen waar de geïnterviewde opleiders bij betrokken zijn.

Het benutten van kennis en vaardigheden van stagiairs door het lerarenteam

Ongeveer een op de drie deelnemers (leraren en teamleiders/bouwcoördinatoren) ervaart, in lijn met de geïnterviewde opleiders, dat het eigen team de kennis en vaardigheden van stagiairs onvoldoende weet te benutten (figuur 1). Opvallend is dat een aanzienlijk deel van de Teacher Tapp deelnemers aangeeft hier geen zicht op te hebben. Zij begeleiden wellicht zelf geen stagiairs maar komen mogelijk ook via het eigen team weinig in contact met stagiairs. Dit zegt mogelijk ook iets over de mate van integratie van stagiairs in de teams.

Figuur 1

Figuur 2

Van de deelmemers die hebben aangegeven wel zicht te hebben op de kennis en vaardigheden die stagiairs meebrengen in het team vindt de helft (en in het mbo ruim 60%) dat deze kennis en vaardigheden voldoende zijn om mee te draaien als collega in de school (figuur 2). Met name de deelnemers werkzaam in het vo en mbo ervaren dat stagiairs een frisse, nieuwe kijk op lesgeven binnenbrengen. In het po heeft men hogere verwachtingen ten aanzien van de stagiairs die binnenkomen (30%) dan in het vo (22%) en mbo (14%). In het vo wordt vaker ervaren dat de praktijkschok te groot is: de kennis en vaardigheden van de studenten zijn te theoretisch.

Figuur 3

De opleiders geven in het interview aan dat ze teleurgesteld zijn over het feit dat de kennis en vaardigheden van hun hybride studenten nauwelijks wordt benut en dat hun studenten hierover gefrustreerd zijn. Hoe kijken leraren hier eigenlijk tegen aan? Een derde van de deelnemers die ervaart dat het team zelden de vaardigheden voldoende benut deelt deze gevoelens van teleurstelling (figuur 3). Een vijfde deel van deze groep geeft aan dat stagiairs voornamelijk ‘halen in plaats van brengen’. Zij vinden het mogelijk dan ook niet vervelend dat kennisbenutting door het lerarenteam zelden plaats vindt aangezien hun verwachtingen hierover laag zijn. In beide gevallen is er sprake van een mismatch tussen stagiair en team en valt iets te winnen.

Wat is er nodig om kennis en vaardigheden van stagiairs voldoende te benutten door het lerarenteam

De geïnterviewde opleiders geven aan dat betere afstemming tussen opleiding, school en student belangrijk is om de kennis en vaardigheden van stagiairs beter te benutten.  Lerarenopleidingen moeten daarbij de studenten ondersteunen en stimuleren bij het inzetten van hun specifieke kennis en vaardigheden. De schoolleiding zou moeten erkennen dat studenten een relevante positie in het team hebben en moeten volgens de geïnterviewde opleiders deze positie ook dusdanig faciliteren zodat zowel de stagiair als het lerarenteam hier voordeel bij hebben.

Figuur 4

In lijn met deze gedachten geeft 40% van de Teacher Tapp gebruikers aan dat lerarenopleidingen een rol spelen in een beter benutting, o.a. door betere afstemming tussen opleiding en school en door aansturing van de student (figuur 4). Ook vindt ongeveer de helft dat de ontwikkeling van een visie door de school op het opleiden van stagiairs en hun rol in het lerarenteam een belangrijk middel is om ervoor te zorgen dat kennis en vaardigheden van stagiairs beter worden benut.

Opvallend is dat de groep deelnemers die vindt dat de kennis en vaardigheden van studenten zelden door het team worden benut vaker, dan de groep die wel benutting ervaart in het team, verbetering van teamprocessen aangeeft als ‘oplossing’. Het gaat dan vooral om de afstemming (infomeren en communiceren) tussen team en student over de kennis, vaardigheden en ambities (figuur 4). Maar ook de leercultuur binnen het team en verbetering van de positie van de student in het lerarenteam wordt genoemd door deze groep gebruikers.

Figuur 5

Deelnemers die teleurgesteld zijn over de benutting van de kennis en vaardigheden van stagiairs vinden vooral visieontwikkeling, verbetering van de leercultuur in het eigen team en het versterken van de positie van de stagiair in het teams belangrijke manieren om tot betere benutting van kennis en vaardigheden te komen (figuur 5). Wat hier opvalt is dat deze deelnemers vooral schoolinterne manieren benoemen. Zij lijken meer teleurgesteld te zijn in (het team binnen) de school dan in de lerarenopleiding of de student.

Figuur 6

Op de vraag welke van deze manieren momenteel al worden ingezet valt op dat 35% van de gebruikers die ervaren dat over het algemeen de kennis en vaardigheden van studenten worden benut en 51% van de deelnemers die dat niet ervaren, aangeven daar geen zicht op hebben (figuur 6). Weinig inzet lijkt te worden gepleegd om de kennisbenutting te versterken. Het meest voorkomend wordt genoemd (waarbij in po vaker dan in het vo): opdracht vanuit de lerarenopleiding aan de stagiair om werkzaamheden af te stemmen met het team, intakegesprek van schoolopleider met student over werkzaamheden en visieontwikkeling op het opleiden van studenten en hun positie in het team.

De rol van de schoolleider in het verbeteren van kruisbestuiving tussen student en lerarenteams

De geïnterviewde opleiders geven aan dat schoolleiders een belangrijke rol zouden moeten spelen in de positionering van stagiairs in school en de benutting van de kennis en vaardigheden van deze stagiairs. Tegelijkertijd geven ze ook aan dat begeleiders op de scholen van stagiairs ervaren dat schoolleiders worstelen met deze rol. Waar ze normaal experts voor inhuren hebben ze nu opeens iemand in huis met een expertrol die kennis kan overdragen aan collega’s en daardoor in andere positie staat. Omdat onder de deelnemers van de app zich ook een aantal schoolleiders bevinden kunnen we specifiek het perspectief van schoolleiders ten aanzien van dit onderwerp bekijken.

Figuur 7

Figuur 8

Schoolleiders hebben een ander kijk hebben op de benutting van de kennis en vaardigheden van stagiairs in de teams in school dan leraren hebben. Zo hebben leidinggevenden in de school (eindverantwoordelijk schoolleiders en team-/bouwcoördinatoren) vaker dan leraren de indruk dat lerarenteams de kennis en vaardigheden van stagiairs voldoende benutten (figuur 7). Net als leraren is dit volgens de leidinggevenden vooral op het gebied van onderwijsontwikkeling en benutting van onderzoek in de school, maar zij zien ook een grotere bijdrage van stagiairs aan schoolontwikkeling, teamontwikkeling en onderwijsontwikkeling buiten de school (figuur 8).

Figuur 9
Figuur 10

Schoolleiders vinden de manier waarop het team de kennis en expertise van de stagiairs benut nuttig en stimulerend (figuur 9). Zij zijn daarin positiever dan leraren en teamleiders/bouwcoördinatoren. Schoolleiders ervaren meer dan leraren dat doen dat stagiairs een frisse/nieuwe kijk op lesgeven hebben (figuur 10). Daarentegen zijn zij ook kritischer op de kwaliteit van de stagiairs. Ze hebben hogere verwachtingen van de stagiairs en ervaren vaker dan leraren dat de kennis en vaardigheden van stagiairs niet goed zijn afgestemd op de behoeften van het team.

Figuur 11
Figuur 12

Net als leraren hebben we ook schoolleiders gevraagd naar manieren om ervoor te zorgen dat de kennis en expertise die stagiairs meebrengen benut worden door het team. Daarin zien schoolleiders een rol voor zichzelf weggelegd. Visieontwikkeling op opleiden zien zij als de belangrijkste manier, maar ook het verbeteren van de leercultuur in de lerarenteams en gespreksvoering tussen school en lerarenopleiding en tussen zichzelf en de stagiairs zijn volgens hen goede manieren (figuur 11). Waar leraren eerder vooral manieren zien in de relatie tussen team en stagiair, zien schoolleiders dat vooral in versterking van het schoolbeleid op het gebied van opleiden en leercultuur. Schoolleiders brengen de manieren die zij zien als zinvol in de praktijk. Overigens ervaren leraren dit minder dan de schoolleiders zelf (figuur 12). Hier lijkt sprake van een vaker voorkomende discrepantie tussen de ervaringen van schoolleiders en leraren. Het lijkt op het verschil tussen het (papieren) beleid en de werkelijkheid van de lespraktijk.

Wat te doen aan de beperkte benutting van kennis en vaardigheden van studenten door de lerarenteams?

Het onvoldoende benutten van de kennis en vaardigheden van stagiairs is een breder probleem dan geldt voor de hybride stagiaires uit deze specifieke casus. Een derde van de leraren die Teacher Tapp gebruikt ervaart onvoldoende benutting, een aanzienlijk deel hiervan ervaart dit als teleurstellend. Los van het feit dat hier een potentieel aan kennis en expertise onbenut blijft in het onderwijs, ervaren studenten, en zeker ook startende leraren ook vaak dat hun kennis en expertise onvoldoende wordt ingezet. Dit vergroot de kans dat startende leraren het beroep vroegtijdig verlaten.

Om de situatie te veranderen richten de opleiders in de casus zich op de mentoren of werkplekbegeleiders van de studenten. Zij zijn immers de leraren waar de studenten stage bij lopen in de klas. Met deze mentoren worden feedbackgesprekken gevoerd waarin de opleider een bemiddelende rol tussen mentor en student. Het gaat dan niet alleen over de student, maar ook over de mentor: wat heeft een mentor nodig, en wat kan een student daarin bieden? Tegelijkertijd willen ze de studenten helpen en stimuleren de extra kennis en vaardigheden die zij binnen brengen in te zetten. Bijvoorbeeld door studenten in in contact te brengen met mensen in strategische posities in school en bestuur of aan het einde van de opleiding het gesprek te organiseren tussen bestuur en student om te kijken naar de toekomst van de student binnen het bestuur.  De opleiders geloven dat wanneer studenten dit tijdens de stage ervaren zij dit dit ook meer doen na de studie (/eerste periode in het beroep) zullen doen.

In de casus geven de opleiders aan het gesprek met de schoolleiding aan te gaan over de positionering van de hybride student in de school waarbij het van belang is dat zij de relevantie van de kennis die studenten die school inbrengen erkennen en de uitwisseling hiervan binnen de lerarenteams te faciliteren. Opleiders in de scholen zien echter wel dat schoolleiders hiermee worstelen. Ze hebben, meer dan leraren, de indruk dat stagiairs een nieuwe kijk de school in brengen, maar zij zijn ook kritischer op de kwaliteit van de vaardigheden. Schoolleiders lijken hogere verwachtingen te hebben van stagiairs dan leraren. Afstemming tussen lerarenopleiding en schoolleiding lijkt verstandig, bijvoorbeeld door ontwikkeling van een heldere visie op opleiden in de school en de positionering daarin van stagiairs (en starters). Daarbij moet ook aandacht zijn voor de verschillen in beeldvorming en ervaring tussen met name schoolleiders (en in minder mate teamleiders/bouwcoördinatoren) en leraren ten aanzien van de benutting van de kennis en vaardigheden van stagiairs. Tussen leraren onderling wordt hierover ook verschillend gedacht. Reacties op onze vragen over kennisbenutting van stagiairs wisselden tussen vooral ervaren dat stagiairs alleen komen halen en nog niks kunnen brengen en het genieten van de input van stagiairs en er zelf van leren.

De opleiders uit de casus zien voor zichzelf een bemiddelende rol in dit alles. Zij ervaren en positioneren zichzelf als de brug tussen student en school. Zij zitten dicht op het vuur en hebben als vertegenwoordiger van de PABO korte lijntjes met de teams, de directeur en  de leerkrachten op de scholen.


Tips

Elke week vind je in de blog de tips die we in de app gaven. Hier de tips van 9 tot en met 15 september.

Wat werkt in mijn klas (en hoe en waarom)?
Gouden weken
Hoge verwachtingen van alle leerlingen
50 Teacher Superpowers
Classroom Seating Charts
Drie mythes over kleuteronderwijs ontzenuwd
Kleuteronderwijs doet zichzelf tekort
Vijf basisprincipes voor formatief handelen

  • Laatste wijziging in bericht:12 oktober 2021