Deze keer geen blog rondom een thema, maar enkele losse resultaten die we graag met jullie willen delen.

Teacher Tapp Engeland versus Teacher Tapp Nederland

Hoe vaak komen neuromythen voor? (Aka, nepnieuws over de hersenen?) Recentelijk hebben we een aantal vragen gesteld om daar achter te komen, geïnspireerd door het onderzoek dat voor dit artikel is gedaan. In dit onderzoek werd gekeken naar de prevalentie van neuromythen onder leraren, waarbij het VK en Nederland werden vergeleken. Gezien Teacher Tapp zowel in Engeland als in Nederland beschikbaar is hebben we dit onderzoek in het klein herhaald!

Mythen over hersenfuncties

De eerste reeks uitspraken waarvan die zijn voorgelegd aan Teacher Tapp gebruikers gingen over hersenfuncties.

  1. De meeste leraren in beide landen wisten dat het oefenen van bepaalde mentale processen de vorm van de hersenen kan veranderen en dat de hersenen andere hersenfuncties kunnen overnemen als er onderdelen beschadigd zijn.
  2. Meer dan 50% van de respondenten in zowel Engeland als Nederland dacht echter dat we maar 10% van onze hersenen gebruiken, en dat is niet waar!
  3. De andere bewering die waar was, is dat jongens grotere hersens hebben dan meisjes. 31% van de Engelse Tappers dacht dat dit waar was, vergeleken met 39% van de Nederlandse Tappers.

In totaal koos 32% van de respondenten uit ons Nederlandse panel alle drie de juiste antwoorden, vergeleken met 26% uit Engeland. 1-0 voor Nederland!

Mythen over hersenfuncties

Mythen over de invloed van levensstijl op leren

De tweede reeks uitspraken ging over de invloed van levensstijl op leren. Dit bleek moeilijker dan de eerste.

  1. Een zeer ruime meerderheid van de leraren heeft correct aangegeven dat lichaamsbeweging en het overslaan van het ontbijt de hersenen kunnen beïnvloeden.
  2. De uitspraak die daarna het meest als ‘waar’ werd aangemerkt is de uitspraak dat kinderen minder oplettend zijn na het consumeren van een suikerhoudende drank of snack. Meer dan 55% van de leerkrachten uit beide panels zei dat dit waar was, maar dit is niet waar!
  3. De waarheid is dat regelmatig drinken van cafeïnehoudende dranken de alertheid kan verminderen (tot ontsteltenis van velen bij Teacher Tapp Engeland en Nederland), 31% van de Nederlandse Tappers zei terecht dat dit waar was.

In totaal koos 20% van de respondenten uit ons Nederlandse panel alle drie de juiste antwoorden, vergeleken met 14% uit Engeland. 2-0 voor Nederland!

Mythen over invloed van levensstijl op leren

Leerlinggedrag na de lockdowns

Op Twitter zagen we een aantal verzuchtingen over het gedrag van leerlingen voorbij komen. Leerlingen leken minder gemotiveerd, onrustiger, onaangepast sinds ze weer terug zijn op school. Een artikel constateerde dit ook. Tja, voor ons dan genoeg aanleiding om het aan onze deelnemers te vragen!

Wat blijkt? Behoorlijke verschillen tussen sectoren. 56% van de leraren in het basisonderwijs merkt geen verschil, 52% van de leraren in het vo merkt een negatief verschil en 50% van de deelnemers werkzaam in het mbo een positief verschil.

Op Twitter kregen we inderdaad van veel vo-leraren voorbeelden en herkenning van dit resultaat voor het vo. Hoe zou dit te verklaren zijn? Wellicht omdat het basisonderwijs relatief snel weer ‘normaal’ onderwijs gaf? (Wel in bubbels, maar wel iedereen op school), terwijl in het vo leerlingen langer thuis zaten en te maken hadden met maatregelen? Leerlingen die voor het eerst echt op school komen, moeite hebben met de regels en routines? En is er in het mbo een positief verschil te zien omdat studenten nu de praktijklessen meer waarderen? Jullie een idee?

De glazen bol…

We vroegen aan onze deelnemers in het po en vo of ze verwachten over 3, 6 en 10 jaar nog leraar te zijn. We hebben de resultaten bekeken per leeftijd en binnen leeftijd per sector. Binnen de sectoren zijn het aantal deelnemers binnen de leeftijdsgroepen redelijk gelijk verdeeld. In het voortgezet onderwijs is het percentage leraren dat aangeeft over 3, 6 en 10 jaar nog leraar te zijn groter dan in het basisonderwijs. Bij de verwachtingen op korte termijn zien we geen grote verschillen. Bij de verwachtingen op langere termijn (6 jaar en 10 jaar) zien we wel behoorlijke verschillen, zeker bij de jongere leraren. Meer jongere leraren werkzaam in het po dan in het vo geven aan over 10 jaar misschien of waarschijnlijk geen leraar meer te zijn.

Spotlicht voor het mbo!

In de week van 27 september hebben we het mbo wat extra aandacht geven. We hebben die week alle deelnemers vragen gesteld over het mbo én de deelnemers werkzaam in het mbo specifieke vragen. Hierbij enkele inzichten uit de vragen die de beeldvorming raken.

Allereerst hebben we gevraagd hoe onze deelnemers ervaren hoe ouders naar het (v)mbo kijken. Het algemene beeld dat hierover bestaat wordt bevestigd, een derde van de leraren geeft aan dat ouders hier moeite mee hebben. Hoe verder de leraar van het (v)mbo af staat, hoe vaker ze hier ook geen zicht op hebben.

Teacher Tapp deelnemers werkzaam in het mbo geven aan dat ze zich (regelmatig) zorgen maken om de beeldvorming van de studenten en de kwaliteit van de opleidingen, een zeer kleine groep maakt zich helemaal geen zorgen over het imago van het mbo.

Je kan je afvragen in hoeverre leraren werkzaam in de verschillende sectoren een verantwoordelijkheid dragen in het verbeteren van het imago van het mbo. Weten leraren werkzaam in het vo eigenlijk wel voldoende van het mbo om het juiste beeld aan hun leerlingen te schetsen?

In het mbo volgen ruim 500.000 studenten een opleiding en is er bijna 28.000 FTE aan docenten werkzaam. Bijna een derde van de studenten dat jaarlijks instroomt kiest voor een opleiding binnen het profiel Zorg, Welzijn en Sport, gevolgd door het profiel Techniek en de Gebouwde Omgeving, waar 12% van de studenten voor kiest.

We vroegen al onze deelnemers in welke profielen de meeste mbo studenten instromen. Twee derde van de leraren werkzaam op het havo/vwo geeft aan dit niet te weten. En alhoewel deelnemers werkzaam op het vmbo hier vaker zicht op hadden, is er toch nog een relatief groot deel dat aangeeft dit niet te weten.

Studenten in het mbo kunnen een BBL- (Beroeps Begeleidende Leerweg) of een BOL- (Beroeps Opleidende Leerweg) opleiding volgen. In een BBL-traject heeft de student een arbeidsovereenkomst met een werkgever en daarnaast vaak een dag in de week les volgt. In een BOL-traject heeft de student de juridische status van student/scholier en loopt tijdens zijn opleiding één of meer stages bij een bedrijf of organisatie.

We vroegen onze gebruikers ook of ze weten wat het verschil is tussen een BOL en een BBL opleiding. Ongeveer een derde geeft aan dit zeker te weten, terwijl (ruim) een derde dit niet weet. Deelnemers werkzaam op het vmbo hebben hier (gelukkig) beter zicht op.

Wil je meer resultaten ‘over’ het mbo zien, klik dan door naar deze pagina.

Tips

Elke week verzamelen we op onze blog de tips die we in de app geven. Deze keer de tips van 7 tot en met 13 oktober.

Wat is de relatie tussen tijdsinvestering in lezen en de groei in voortgezet technische leesvaardigheid?

Is jouw school al een Klassewerkplek?
Het ontwerpen van een feedbackproces
Leidraad differentiatie als sleutel voor gelijke kansen
Effectief leesonderwijs geven. Hoe doe je dat?
Jullie favoriete activerende werkvormen
Webinar nieuwe rekeneisen mbo
Nieuwe rekeneisen vanaf 1 augustus 2022 van kracht
Starten in het onderwijs: pauze heilig of niet?
De didactiek van het hardopdenkend (voor)lezen

  • Laatste wijziging in bericht:14 oktober 2021