Gezond eten is goed voor je, dat weten we allemaal. Ook weten we dat overgewicht onder leerlingen toeneemt (Braet et al., 2007; Eten op School, z.d.). Sommige leraren en scholen doen er van alles aan om gezond eten (op school) te bevorderen. Er zijn ook leraren en scholen die dit een taak voor de ouders vinden. Recent hebben we onze deelnemers voorgelegd of er op hun school schoolregels zijn met betrekking tot eten op school, in hoeverre deze worden nageleefd en wat ze zelf doen in reactie op ongezonde voeding in de klas.  

Belang van gezond eten

We weten allemaal dat gezond eten goed voor je is. Het houdt je lichaam gezond, je hebt een beter immuunsysteem, je leeft langer, je hebt minder kans op bepaalde ziektes, en het helpt om een gezond gewicht te behouden (CDC, z.d.; Hoenderdos, 2013). Voor kinderen komt daar nog eens bij dat het goed is voor de lichamelijke ontwikkeling (CDC, z.d).

Naast deze lichamelijke voordelen van het eten van gezonde voeding, zijn er nog vele andere voordelen die ook positieve effecten kunnen hebben op de ontwikkeling van kinderen, en dus ook in het onderwijs aan de orde zijn. Ongezonde voeding hangt namelijk samen met slechtere schoolprestaties (Bradley & Greene, 2013). Ook hebben leerlingen met overgewicht of obesitas meer schoolverzuim in vergelijking met leerlingen met een gezond gewicht (Daniels, 2008). Gezond eten kan er dus voor zorgen dat leerlingen vaker op school aanwezig zijn en ook beter presteren op school (Bradley & Greene, 2013; Daniels, 2008). Hiernaast blijkt uit verschillende onderzoeken dat gezonde voeding ook beter is voor de mentale gezondheid van kinderen en jongeren (O’Neil et al., 2014). Dit kan ervoor zorgen dat kinderen en jongeren beter in hun vel zitten, waardoor ze beter kunnen leren en presteren (Oçonnor et al., 2019; McLeod et al., 2012).

Gezond eten brengt dus vele voordelen met zich mee. Wordt gezonde voeding binnen het onderwijs gepromoot? We inventariseerden de bestaande regels rondom voeding in het basisonderwijs en de faciliteit van gezonde voeding in het middelbaar- en hoger onderwijs.

Samen gezond eten in het primair onderwijs

Allereerst de vraag of, en op welke manier, onze deelnemers werkzaam in het primair onderwijs vinden dat het onderwijs zich actief bezig moet houden met de eetgewoonten van hun leerlingen (figuur 1). Overduidelijk is dat kennisoverdracht over voeding, gezondheid en leefstijl een plek moet hebben in het onderwijs. Of de school daar specifiek regels over moet en/of ook gezond eten moet aanbieden hebben wordt door schoolleiders en leraren/bouwcoordinatoren anders ervaren; schoolleiders vinden vaker dat deze tot het onderwijs behoren. Ook geven ze iets meer waarde aan het contact met ouders.

Figuur 1

Als we kijken naar schoolregels met betrekking tot tussendoortjes en lunch in het primair onderwijs, zien we dat ongeveer driekwart van onze deelnemers aangeeft dat hier schoolregels over zijn (figuur 2 en 3). Van de 320 leraren die aangeven dat er schoolregels zijn met betrekking tot voeding, geeft 65% aan dat dat deze in de praktijk niet worden nageleefd (figuur 3). Opvallend is dat schoolleiders in verhouding tot leraren, teamleiders en ondersteunend personeel vaker aangegeven hebben dat de schoolregels omtrent gezonde voeding worden nageleefd. Verder is interessant dat teamleiders/bouwcoördinatoren en leerkrachten vaker aangeven dat er geen regels zijn ten opzichte van het onderwijsondersteunend personeel en de schoolleiders/directeuren.

Als we naar figuur 3 kijken, zien we iets anders opvallends, namelijk dat de grootste groep in het speciaal onderwijs heeft aangegeven dat er geen regels zijn met betrekking tot tussendoortjes en lunch. Dit is in contrast met het primair onderwijs waar vaak wel schoolregels zijn.

Figuur 2
Figuur 3

Het eten dat leerlingen meenemen naar school kan meerdere signalen afgeven aan de leerkracht. Eerder hebben we al gezien dat leraren vaak armoede herkennen aan de inhoud van de lunchtrommel en de afwezigheid van ontbijt (lees meer hierover in een eerdere blog). De inhoud van de lunchtrommel kan ook iets zeggen over de mate waarin de leerling gezond eet. Wat doe je nou als leraar als je een leerling in je klas hebt die regelmatig ongezonde snacks en lunch meekrijgt naar school? We zien in de antwoorden op deze vraag verschillen tussen de verschillende bouwen en tussen de verschillende onderwijsfuncties. Deelnemers werkzaam in de onderbouw wijzen vaker ouders op de schoolregels omtrent gezonde voeding dan deelnemers die in de midden- of bovenbouw werken (figuur 4). We zien ook dat naar mate de leerlingen ouder worden, er vaker gekozen wordt om er een kleine opmerking over te maken tegen de leerling of met de leerling in gesprek te gaan. Een mogelijke verklaring voor deze opvallende resultaten is dat er van oudere leerlingen meer zelfstandigheid wordt verwacht, waardoor leerkrachten sneller de leerling zelf zullen aanspreken dan de ouders. Tot slot, een opvallende overeenkomst tussen de bouwen is dat ongeveer 1 op de 5 leerkrachten aangeeft in gesprek te gaan met de klas over gezonde voeding op het moment dat er regelmatig ongezonde voeding mee naar school wordt genomen.

Figuur 4

Naast de opvallende verschillen en overeenkomsten tussen de bouwen zijn er ook verschillen tussen de onderwijsfuncties. Het eerste wat daarbij opvalt, is dat schoolleiders aangeven sneller ouders te wijzen op de schoolregels en sneller met ouders in gesprek te gaan in vergelijking met de andere drie onderwijsfuncties (figuur 5). Dit zou misschien kunnen komen doordat schoolleiders pas betrokken worden door de leerkracht als het ‘uit de hand loopt’, waardoor schoolleiders eigenlijk wel ouders moeten wijzen op de regels. Daarnaast valt op dat onderwijsondersteunend personeel veel meer geneigd is om er een kleine opmerking over te maken tegen de ouders in vergelijking met leerkrachten en teamleiders/bouwcoördinatoren, en al helemaal in vergelijking met schoolleiders.

Figuur 5

Wanneer we de vraag over ‘de aanwezigheid van schoolregels’ combineren met de vraag  ‘wat je zou doen met de leerling met ongezond eten’ valt op dat in de aanwezigheid van schoolregels en naleving hiervan onze deelnemers sneller geneigd om met ouders in gesprek te gaan en ze te wijzen op schoolregels (figuur 6). Als er wel schoolregels zijn, maar deze niet worden nageleefd, zien we dat onze deelnemers vaker op een andere manier reageren. Zij zullen dan eerder een kleine opmerking maken tegen de ouders of de leerling over het ongezonde eten. Tot slot, in afwezigheid van schoolregels over gezond eten zijn onze deelnemers sneller geneigd om niets te doen met de leerling die regelmatig ongezond eten meekrijgt of om met de klas in gesprek te gaan over gezonde voeding.

Deze opvallendheden kunnen als volgt worden samengevat: De aanwezigheid van schoolregels met betrekking tot tussendoortjes en lunch op school en het gevoel dat deze regels gezamenlijk gehandhaafd worden, bevordert de dialoog tussen leerkracht en ouders op het moment dat een leerling ongezond eten mee naar school brengt.

Figuur 6

Gezond eten in het voortgezet, middelbaar beroeps- en hoger onderwijs

In het voortgezet, middelbaar beroeps- en hoger onderwijs, wordt er van de leerlingen/studenten nog meer eigen verantwoordelijkheid en zelfstandigheid verwacht in vergelijking met leerlingen in het primair onderwijs. Niet gek natuurlijk, want hoe ouder je wordt, hoe meer de maatschappij van je verwacht. Naast dat er grote verschillen zitten in de opzet van het onderwijs en de lesstof, zijn ook ouders minder betrokken, waardoor er meer op het gedrag van de leerlingen zelf wordt gestuurd. Een ander verschil ten opzichte van het primair onderwijs is dat er op de scholen vaak een kantine aanwezig is, waar (door commerciële partijen) verschillende soorten hapjes en maaltijden worden aangeboden.

Ook voor het voortgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs geldt dat het merendeel van onze deelnemers aangeeft dat kennisoverdracht een plek moet hebben in het onderwijs (figuur 7). Alhoewel het hebben van specifieke schoolregels over eten op school en het contact met ouders hierover minder gewenst is bij deze groep, wordt het aanbieden van gezond voedsel binnen de school door een grote groep genoemd.

Figuur 7

Om gezonde voeding te stimuleren onder leerlingen op het voortgezet, middelbaar beroeps- en hoger onderwijs is het belangrijk om een gezond aanbod aan voedsel te hebben in de scholen zelf (RIVM, 2018). Deelnemers werkzaam in deze sectoren is gevraagd hoe het zit met het aanbod aan gezond eten op hun school. De resultaten laten zien dat de meningen hierover erg verdeeld zijn. Wel is duidelijk te zien dat het hoger onderwijs vaker een gezond aanbod aan eten heeft en het MBO het minst (figuur 8). Als we het voortgezet onderwijs verder opdelen naar de verschillende niveaus, zien we dat deelnemers werkzaam op het vmbo vaker aangeven dat hun school gezond eten aanbiedt dan de deelnemers werkzaam op havo/vwo of kwalificatieniveau 3/4 (figuur 9). Wat verder opvallend is, is dat 1 op de 5 deelnemers die werkzaam is in de onderbouw van havo/vwo aangeeft geen zicht te hebben op het schoolaanbod aan eten. De reden hiervoor is ons niet duidelijk. Een mogelijke verklaring kan zijn dat sommige middelbare scholen geen kantine aanbieden voor de onderbouw.

Figuur 8
Figuur 9

Wanneer we kijken of de verschillende onderwijsfuncties anders tegen het aanbod van de school kijken, valt op dat deelnemers die een hogere onderwijsfunctie hebben, vaker aangeven dat het aanbod aan eten op school overwegend gezond is; 45% van de schoolleiders geeft aan het (helemaal) eens te zijn met de stelling dat het aanbod overwegend gezond is en dit is bij leraren maar 30% (figuur 10). Dit laat zien dat ook in het voortgezet, middelbaar beroeps- en hoger onderwijs directeuren het vaker positiever ervaren dan leraren, net zoals in het primair onderwijs. Een mogelijke verklaring hiervoor kan zijn dat directeuren een minder goed beeld hebben van het daadwerkelijke voedselaanbod. Ook zou het kunnen zijn dat directeuren een positiever beeld van hun school willen geven en daarom een sociaal wenselijker antwoord geven.

Figuur 10

Een ander groot verschil tussen primair onderwijs en deze sectoren is dat leerlingen zelfstandiger zijn en daarom ook het plein af mogen om in de buurt van de school eten te kopen. Een deel van onze deelnemers vindt dan ook dat de school hier invloed op moet kunnen hebben (figuur 7).

We hebben leraren gevraagd of er een fastfoodwinkel of -restaurant in de buurt van hun school aanwezig is. Meer dan de helft van de deelnemers geeft aan dat er één of meerdere fastfoodwinkels en/of -restaurants aanwezig zijn in de buurt van hun school (figuur 11). Dit is het vaakst aangegeven door de deelnemers die werkzaam zijn in het MBO. Wanneer we ook hier het voortgezet onderwijs wat verder uitsplitsen, zien we geen (groot) verschil in de aanwezigheid van fastfoodketens tussen de onderwijsniveaus (figuur 12).

Figuur 11
Figuur 12

Als we deze twee vragen combineren, de aanwezigheid van fastfoodketens en de aanwezigheid van gezonde voeding, zien we een mogelijk patroon. Wanneer leraren aangeven dat het aanbod aan eten op school overwegend gezond is, komt het vaker voor dat er geen fastfoodwinkel of -restaurant in de buurt aanwezig is (figuur 13). Wanneer leraren aangeven dat het eten in de kantine ongezond is, geeft drie kwart van de leraren aan dat er wel een fastfoodwinkel of -restaurant in de buurt aanwezig is.

Figuur 13

Meer lezen of luisteren over gezonde voeding in het onderwijs?

Geraadpleegde bronnen

Bradley, B.J., & Greene, A. C. (2013). Do health and education agencies in the United States share responsibility for academic achievement and health? A review of 25 years of evidence about the relationship of adolescents’ academic achievement and health behaviors. Journal of Adolescent Health, 52(5), 523-532.

Braet, C., Joossens, L., Moens, E., Mels, S., & Tanghe, A. (2007). Kinderen en jongeren met overgewicht. Handleiding voor begeleiders. Garant-Uitgevers.

Centers for Disease Control and Prevention (CDC) (z.d.). Nutrition: Benefits of healthy eating. Geraadpleegd op 15 maart 2022

Daniels, D. Y. (2008). Examining attendance, academic performance, and behavior in obese adolescents. The Journal of School Nursing, 24(6), 379-387.

Eten op School (z.d.). Over eten op school. Geraadpleegd op 15 maart 2022

Hoenderdos, K. (2013). De kracht van voeding. Voedings Magazine, 4, 20-21.

McLeod, J. D., Uemura, R., & Rohrman, S. (2012). Adolescent mental health, behavior problems, and academic achievement. Journal of Health and Social Behavior, 53(4), 482-497.

O’Connor, M., Cloney, D., Kvalsvig, A., & Goldfeld, S. (2019). Positive mental health and academic achievement in elementary school: new evidence from a matching analysis. Educational Researcher, 48(4), 205-216.

O’neil, A., Quirk, S. E., Housden, S., Brennan, S. L., Williams, L. J., Pasco, J. A., Berk, M., & Jacka, F. N. (2014). Relationship between diet and mental health in children and adolescents: a systematic review. American Journal of Public Health, 104(10), e31-e42.

Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM; 2018). De effectiviteit van gezonde school-activiteiten: Wat is het verband tussen gezonde school-activiteiten, een gezonde leefstijl en schoolprestaties? RIVM.

Tips

Elke dag geven we je een lees-, kijk-, of luistertip. En elk week verzamelen we de tips van de afgelopen week op onze blog! Deze keer: 17 tot en met 24 maart.

Blog Teacher Tapp NL

4 tips voor bij het nakijken

Beroepsbrieven #6 – De eerste dag

“Stop, hou op!”

Podcast bespreekt het boek ‘Maak er geen punt van!’

Een blog over ‘het vakmanschap van het docent zijn’

Nakijken

Hoe bepaal je waar je leerlingen/studenten in een lokaal gaan zitten?

Classroom Seating Charts

Een nieuwe leeromgeving: in 4 stappen naar een krachtig ontwerp

Hoor jij tijdens klasgesprekken altijd dezelfde leerlingen?

Starters krijgen te weinig begeleiding in de klas


  • Laatste wijziging in bericht:30 maart 2022