In deze blog: wat weten leraren van leerstijlen (en is er een verband met hoeveel vakliteratuur ze lezen?), wie kocht er tijdens Koningsdag spullen voor lessen en lokalen op de vrijmarkt en wat is volgens Tappers de (minst) favoriete periode in een schooljaar?

Maar we beginnen met: de loonkloof!

Dicht de loonkloof én daarmee ook het lerarentekort?

Na jarenlange acties, stakingen en de oprichting van belangengroepen zoals PO in Actie, is de loonkloof tussen het po en vo nu gedicht. Met terugwerkende kracht (vanaf 1 januari 2022) krijgen leraren (en andere medewerkers, zoals OOP) in het po nu volgens dezelfde schalen betaald als leraren in het vo (met dezelfde functie). De precieze details kun je vinden via o.a. je eigen vakbond.

In het coalitieakkoord wordt beschreven dat leraren stimuleren meer te gaan werken bij kan dragen aan het verminderen van het lerarentekort. Vaak wordt aangenomen dat met een betere beloning parttimers zullen overwegen meer te gaan werken. Wij vroegen onze deelnemers in het primair onderwijs daarom of ze overwegen meer te gaan werken nu de loonkloof gedicht wordt. Omdat we recent naar werktijdfactor gevraagd hebben, laten we hier de combinatie zien.

Een zeer groot deel van onze deelnemers overweegt niet meer te gaan werken nu de loonkloof gedicht is. Onder de groep deelnemers met een kleinere werktijdfactor is een zeer kleine groep die dit wel zal doen, en een klein deel dat het nog iet weet. We hebben in ons vorige blog al laten zien dat een grote groep leraren een te hoge werkdruk ervaart om meer te gaan werken. Het dichten van de loonkloof lijkt daarom niet dé oplossing voor het lerarentekort te zijn die moet komen van degenen die reeds deeltijd in het po werkzaam zijn.

Figuur 1

We vroegen onze deelnemers die niet werkzaam zijn in het po of ze overwegen de overstap naar het po te maken. De overgrote meerderheid denkt hier niet over na, een kleine groep wel. Voor een enkeling wordt het een serieuze mogelijkheid, een kleine groep ziet wel mogelijkheden.

Figuur 2

Leerstijlen

Leerstijlen, is het een controversieel onderwerp? Misschien wel. Wat dit nu precies zijn, daar is niet altijd consensus over. Cognitieve stijlen? Leervoorkeuren? Tricky allemaal. Toch durfden we er enkele vragen over te stellen.

Een veel gehoorde manier van leerstijlen is het indelen van mensen als visuele, auditieve of kinesthetische lerenden. Je zou dan iemand die ‘een visuele leerling’ is, alles visueel aan moeten bieden. Dát gedeelte van de leerstijlen is inmiddels weerlegd. Er naar differentiëren als je instructie geeft, heeft geen zin. Leerlingen ook wel eens laten kiezen wat ze prettig vinden is niet hetzelfde als instructie via leerstijl. Wat we uit onderzoek weten is dat lerenden niet BETER leren als je ze laat leren via de leerstijl van hun voorkeur. Lerenden die een strategie gebruiken die past bij de aard van de taak en de wijze waarop de taak wordt beoordeeld zijn over het algemeen wel effectiever. Over die laatste vraag waren veel deelnemers het eens.

De vraag over laten leren via leerstijl van voorkeur geeft een ander beeld. Rond de 40% geeft aan dat lerenden beter leren als je ze laat leren via de leerstijl van hun voorkeur. Dat is echter niet waar!

Als reactie op deze resultaten lazen we: 40% lees geen vakliteratuur. Nou, daar hadden we pas naar gevraagd! En, het lijkt erop dat er inderdaad een verband is. Het percentage leraren dat kiest voor ‘waar’ wordt kleiner naarmate de leraren meer literatuur gebruiken om uit te zoeken hoe iets zit of hoe iets werkt. Het blijft uiteraard zelfrapportage, dus in hoeverre het echt klopt blijft de vraag. Het beeld is echter wel interessant!

Figuur 3
Figuur 4

Figuur 5

Vrijmarkt

Wij stellen elke dag vragen, dus ook op Koningsdag. Omdat we weten dat leraren wel eens spullen aanschaffen voor hun lessen en/of lokaal vroegen we of ze nog iets hadden gescoord was op de vrijmarkt. Meer dan de helft van de deelnemers was niet naar een vrijmarkt geweest… dat hadden we eigenlijk niet verwacht!

Als we die groep weglaten uit de resultaten, houden we 447 leraren (po, vo en mbo samen) over. Leraren in het po blijken vooral gekocht te hebben op een vrijmarkt. Slechts 63% had niets op het oog, 16% heeft niets gekocht, maar wel gezocht, en 3% heeft nog meer gekocht dan wat ze zocht.

Figuur 6

(Minst) favoriete periode van een schooljaar

Het is (bijna) meivakantie en we maken ons klaar voor het laatste deel van het schooljaar. Voor wie een favoriete periode heeft, blijkt de periode tussen mei- en zomervakantie ook de favoriete periode van het schooljaar. Het beeld is duidelijker als we de Tappers die aangeven geen of een wisselende favoriete periode te hebben weglaten.
De minst favoriete periode is minder eenduidig. Tussen herfst- en kerstvakantie en tussen kerst- en voorjaarsvakantie worden door de meeste leraren als minst favoriete periodes aangemerkt.

Figuur 7
Figuur 8
Figuur 9
Figuur 10

Tips

Elke dag geven we je een lees-, kijk-, of luistertip. En elk week verzamelen we de tips van de afgelopen week op onze blog! Deze keer: 22 tot en met 28 april!

Houd leerlingen scherp door eisen te stellen
6 tips bij het belonen van leerlingen
4 Boeken voor de meivakantie
Vergaderen in het onderwijs??
7 manieren om te beslissen – en 5x waarom
Sociale veiligheid van docenten VO
‘Inspelen op leerstijlen’ is niet alleen een hardnekkige mythe, maar kan zelfs averechts werken voor het leren
You are not a visual learner — learning styles are a stubborn myth
Salarischeck
Pictio Podcast Teacher Tapp: #8 – Werkdruk en pauzes
25 vet vermoeiende dingen die leraren op de middelbare school altijd zeiden
Weer grip op je onderwijsresultaten
Optimale wiskundekansen voor jonge kinderen: 5 aanbevelingen

  • Laatste wijziging in bericht:29 april 2022