Op 2 juli wordt het nieuwe kabinet beëdigd. In deze blog gaan we in op enkele vragen die we in de afgelopen periode hebben gesteld over (voorgenomen) onderwijsbeleid.

Toen het hoofdlijnenakkoord verscheen pikten we er 2 dingen uit om voor te leggen aan Tappers: de opsplitsing van de pabo en politiek neutrale methodes. Over dat laatste schreef Steven Geurts, directielid & teamleider bij Gymnasium Bernrode, een post op LinkedIn.

“Enerzijds is de vrijheid van onderwijs, waarin een ieder vrij is een school te starten op wat voor grondslag dan ook. Waardenvrij onderwijs is net zo onmogelijk als waardenvrije politiek, en dus is er ook altijd een overlap: een christelijke school zal, net als christelijke politieke partijen, het christelijk gedachtengoed uitdragen. Is dat dan ‘politiek neutraal’? Bovendien worden scholen geacht aan burgerschapsonderwijs te doen, waarmee democratische en sociale waarden worden meegegeven. Is dat politiek neutraal? Je kan bovendien goed beargumenteren dat onderwijs per definitie niet politiek neutraal kan zijn. Zo wordt er een door de politiek bepaald curriculum onderwezen en vindt onderwijs altijd plaats binnen een culturele en maatschappelijke context.
Aan de andere kant zal iedereen het logisch vinden dat de docent maatschappijleer álle politieke partijen uit het parlement gelijkwaardig voor het voetlicht brengt in de klas. Door op te schrijven dat lesmethodes politiek neutraal moeten zijn, wordt de schijn gewekt dat dat nu niet het geval is. Dat is ernstig te betwijfelen. Of zouden de onderhandelaars de lesinhoud bedoelen? Is een les over gender niet politiek neutraal? Een biologieles over stikstof en de effecten op natuur? Een les aardrijkskunde over klimaatverandering? Een les geschiedenis over Israël en Palestina?”

Figuur 1

Een meerderheid van de Tappers geeft aan dat de huidige lesmethodes politiek neutraal zijn (figuur 1). Omdat we benieuwd waren vroegen we daarnaast naar voorbeelden van iets in een lesmethode waarvan je vindt dat het niet politiek neutraal is. Er zijn deelnemers die dit een non-discussie vinden en/of aangeven dat neutraliteit er nooit is.
“Lesmethoden kunnen per definitie niet neutraal zijn, de mens is niet neutraal. Je kiest vanuit een bepaald referentiekader om überhaupt deel te nemen aan het ontwikkelen of geven van onderwijs. De aandacht aan neutraliteit is dan ook een non-discussie.”
“Geen enkele methode is politiek neutraal”
“Ik vind dit zo’n onzin dat ik er geen antwoord op geef”
“Ik kan hier geen voorbeelden van noemen. Er worden in sommige stukken wel standpunten ingenomen maar dat heeft dan het doel om de leerling een eigen mening te laten vormen. Zuiver politiek neutrale lesboeken zijn een illusie.”
“Neutraliteit bestaat niet. Dat onderwijs überhaupt bestaat is al politiek laat staan alles wat er mee samenhangt.”
“Ik doceer kennis en (basis)vaardigheden. Dat zijn feiten. Als politieke partijen deze feiten gebruiken als standpunt, betekent dat nog niet dat ik politieke standpunten doceer. Als politieke partijen de feiten ontkennen, benoem ik dat ik hogere leerjaren wél.”
“Nee. Alles kan politiek gemaakt worden, welk vak het ook is. Echter: de methodes die ik ken doen hun best zaken van alle kanten te bekijken en volgen algemeen geaccepteerde denkwijzen van hoe men met elkaar omgaat. Mag niet hopen dat het nieuwe kabinet daar verandering in brengt. Die zorg heb ik wel.”

Er zijn ook enkele opmerkingen over de inhoud van de methodes.

“Nadruk op energietransitie, minder vlees eten, etc.”
“Het grootste deel van mijn lessen geef ik CKV. Ik vind kunst en cultuur heel belangrijk voor de ontwikkeling van kinderen en het belang komt ook duidelijk naar voren in de methodes. Maar dit is in essentie wel een politiek standpunt.”
“Ik vind het niet politiek neutraal dat in de meeste lesmethodes alle leerlingen “Hollandse” namen hebben, terwijl bijv bij ons op school 50% een andere achtergrond heeft. Dat is geen accuraat beeld van de maatschappij en dus niet neutraal.”
“Ik denk dat scholen vooral op moeten letten met lesbrieven en dergelijke die door maatschappelijke of commerciële instanties worden opgestuurd. Ik geef les in groep 1/2, dus heb weinig te maken met methodes.” (Over die maatschappelijke of commerciële instanties die mailen met lesbrieven schreven we al eerder)
“De onderwerpen of thema’s die behandeld worden hebben een steeds grotere mate van ‘woke’ onderwerpen. Milieu, globalisering, inclusiviteit. Ook de namen van personen in zinnen en teksten (Engels) veranderen. Hadden we vroeger, Kevin en Sheila Tegenwoordig moet er echt wel een Rashid en Fatima in.”
“Je merkt dat ideologieën die in de samenleving dominant zijn in methodes terecht komen.”
“Ik geef natuurkunde. In de lesmethodes komen te vaak witte hetero mannen met een autochtone achtergrond voor. Ik corrigeer dat in mijn presentatie en toetsen.”
“Meer standpunten benoemen van linkse dan rechtse partijen. Links standpunt als voordeel noemen. Rechts standpunt als nadeel. En dit vice versa achterwege laten. Dus het gaat niet gelijk op.”
“Wereldoriëntatie, groep 5/6. Over belang ruimte voor de natuur, afgezet tegen belang ruimte verkeer, landbouw, wonen, recreatie etc. Bronnen echt sturend richting het groene standpunt – waar kinderen natuurlijk snel naar neigen – waardoor er geen gezonde discussie en stevig denkwerk ontstaat.”
“Bij maatschappijleer is het boek uiterst politiek correct, er is bijv alleen ruimte voor de opvatting dat migratie positief is (wat ik overigens niet problematisch vind, maar sommige van mijn leerlingen wel)”
“Over het algemeen vind ik het neutraal, al is de tendens in de samenleving dat sommige door wetenschap ondersteunde gegevens als politiek worden gezien. Klimaatverandering etc. En we doen veel aan sociale cohesie, dat zal ook wel links geïnterpreteerd worden.”
“Wij zijn afgestapt van een methode doordat de methode stereotyperend en bevooroordeeld was. Dat is dan misschien niet politiek gebonden maar ook een echte faal van methodemakers. Daarom voor ons geen methode, maar eigen materiaal. Onderwijs is overigens nooit politiek neutraal ;)”
“De westerse visie is doordrenkt in de methode. Niet alleen negatief hoor, maar zeker niet neutraal. Het onderwerp ‘Nederland na 1945’ is pro links. Liberaal beleid is een ‘bezuinigingsbeleid’. De confessionelen staan altijd in de weg, tegen progressie. Links is voor de arme burgers, enz. enz.”
“Nieuwsbegrip volgt alle onderwerpen vanuit het nieuws en probeert een mening erdoor te drukken.”
“Geschiedenisboeken zijn duidelijk geschreven met een westers, Europees of Nederlandse blik op gebeurtenissen. Hier wordt dan vaak ook alleen die kant van het verhaal belicht.”
“Doelen burgerschap en methodes seksuele vorming zijn zeer politiek gekleurd en doordenkt met de genderideologie.”
“Seksuele methode die het traditionele gezin promoot. Methode voor wereldoriëntatie die de nadruk enorm legt op klimaatproblematiek.”
“Het enorme gehamer op duurzame energie en hoe schadelijk stikstof en andere gassen zijn.”

Duidelijk wordt in elk geval dat leraren mensen zijn, met een verschillende kijk op de maatschappij. Natuurlijk wordt de inhoud die ze behandelen OOK gebruikt in politieke standpunten. Een deelnemer verwoordde het zo:

“Kinderen, jeugd willen we toch laten oefenen in het vormen van de mening. Dus ergens zal het wel eens politiek gekleurd zijn maar dat moet toch geen punt van discussie zijn lijkt mij. Laten we liever zorgen voor enthousiaste leerkrachten en het behoud van hen.”

Leraar zijn is niet het volgen van een methode. En wij sluiten ons aan bij Steven: “[Leraren] …wens ik een goede dosis kritisch denkvermogen en veel professionele ruimte toe.”

De aandacht voor de neutraliteit en een recente uitspraak over demonstrerende leraren inspireerden ons tot een vraag over demonstreren (figuur 2). 82% is het (helemaal) eens met de stelling dat leraren hun mening mogen geven middels demonstraties. 4% is het hiermee (helemaal) oneens.

Figuur 2

Een ander voorstel in het hoofdlijnen akkoord is het opsplitsen van de pabo in apart opleidingen voor het jonge en oude kind. Onder onze deelnemers uit het primair onderwijs heeft 10% daar geen mening over (figuur 3). 48% zegt ja, dat is een goed idee, 42% zegt dat ze het geen goed idee vinden. We vroegen de deelnemers uit het primair onderwijs ook naar hun visie op kleuteronderwijs. De meerderheid heeft een ontwikkelingsgerichte visie. Van deze groep (N = 388) vindt 51% de opsplitsing een goed idee (figuur 4). Bij twee groepen vindt de meerderheid splitsen geen goed idee. Dit is de groep van 68 deelnemers met een programmagerichte visie (N= 68), en de groep die geen van de genoemde visies heeft (N = 20).

Figuur 3
Figuur 4

Om nog wat meer te weten te komen stelden we de deelnemers uit het primair onderwijs een open vraag op basis van hun antwoord op de vraag of ze de splitsing een goed idee vonden. Wie aangaf het een goed idee te vinden om de pabo op te splitsen in aparte opleidingen voor het jonge en oude kind kreeg de vraag: Waarom vind je het een goed idee om de pabo op te splitsen in aparte opleidingen voor het jonge en oude kind? Wie aangaf het geen goed idee te vinden vroegen we: Waarom vind je het GEEN goed idee om de pabo op te splitsen in aparte opleidingen voor het jonge en oude kind?

Samengevat zijn dit de drie belangrijkste redenen waarom Tappers het geen goed idee vinden om de pabo op te splitsen in aparte opleidingen voor het jonge en oude kind:

Breed inzetbare leerkrachten en volledige ontwikkelingslijn: Het is cruciaal dat leerkrachten breed opgeleid zijn en inzicht hebben in de volledige ontwikkelingslijn van kinderen van 4 tot 12 jaar. Dit zorgt ervoor dat ze flexibel inzetbaar zijn binnen scholen, wat belangrijk is gezien het lerarentekort en de behoefte aan leerkrachten die in verschillende groepen kunnen lesgeven. Een brede opleiding helpt leerkrachten om het hele proces van leren en ontwikkeling te begrijpen, wat essentieel is voor een doorgaande leerlijn binnen het basisonderwijs.

Loopbaanflexibiliteit en praktische ervaringen: Studenten moeten de kans krijgen om gedurende hun opleiding te ontdekken waar hun voorkeur en kracht ligt door stage te lopen in verschillende groepen. Dit voorkomt dat ze vroeg in hun carrière vastzitten aan een specifieke bouw en biedt hen de mogelijkheid om later in hun loopbaan flexibel te wisselen van groep. Veel leerkrachten ontdekken pas tijdens hun opleiding of in hun loopbaan welke leeftijdsgroep ze het meest ligt, en deze ervaring is van onschatbare waarde.

Teamdynamiek en onderlinge samenwerking: Door leerkrachten breed op te leiden, kunnen ze beter samenwerken en elkaar ondersteunen binnen een schoolteam. Het kennen van de volledige leerlijn en de ontwikkelingen van alle leeftijdsgroepen bevordert een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van alle leerlingen van groep 1 tot en met groep 8. Dit voorkomt eilandgedrag en zorgt ervoor dat alle leerkrachten een gedeelde basis van kennis en vaardigheden hebben, wat de cohesie en de effectiviteit van het team ten goede komt.

En dit zijn de drie belangrijkste redenen voor het opsplitsen van de PABO-opleiding in aparte trajecten voor het jonge en oudere kind volgens Tappers:

Specialisatie en Verdieping: Lesgeven aan jonge kinderen (kleuters) en oudere kinderen vraagt om heel verschillende vaardigheden en kennis. Het huidige curriculum biedt onvoldoende diepgang voor beide leeftijdsgroepen, waardoor afgestudeerden niet goed voorbereid zijn op de specifieke behoeften van kleuters of oudere kinderen. Een gesplitste opleiding maakt het mogelijk om dieper in te gaan op de specifieke didactiek en pedagogiek die nodig zijn voor de verschillende ontwikkelingsfases van kinderen, waardoor de kwaliteit van het onderwijs verbetert.

Aantrekkelijkheid van de Opleiding: Veel potentiële studenten kiezen niet voor de PABO omdat ze geen interesse hebben in lesgeven aan kleuters of juist aan oudere kinderen. Een gesplitste opleiding kan deze drempel verlagen, wat mogelijk meer studenten aantrekt, inclusief mannen, die vaak minder geïnteresseerd zijn in kleuteronderwijs. Door specifieke keuzes te bieden, kunnen studenten zich richten op hun voorkeur en talenten, wat kan bijdragen aan hogere motivatie en betere leerkrachten voor beide leeftijdsgroepen.

Beter Inspelen op Lerarentekort: Door de opleiding op te splitsen, kunnen specifieke eisen zoals de rekentoets aangepast worden voor kleuterleerkrachten zonder de kwaliteit te verminderen, wat meer mensen in staat stelt om de opleiding te voltooien en voor de klas te staan. Het gerichter opleiden van leerkrachten kan helpen om meer mensen aan te trekken en het lerarentekort aan te pakken, doordat mensen met een sterke voorkeur voor een specifieke leeftijdsgroep minder snel afhaken tijdens de opleiding.

Bij elke wisseling van minister vragen we of diens voorganger gemist gaat worden. Toen Wiersma een jaar geleden vertrok bijvoorbeeld vond 36% dat jammer, 22% niet, 23 maakte het niet uit en 19% wist het niet. Toen Dijkgraaf kwam, vond 1% het jammer dat van Engelshoven vertrok, 45 vond het niet jammer, 31% maakte het niet uit en 24% wist het niet. Nu Eppo Bruins de beoogd opvolger van Dijkgraaf is, stelden we deze vraag opnieuw (figuur 5). 36% weet het niet, 30% maakt het niet uit, 88% vindt het niet jammer dat hij vertrekt, en 26% wel. Splitsen we de resultaten op sector, dan zien we dat met name deelnemers in het po en vo het niet weten of het niet uitmaakt (figuur 6). Logisch ook wel, aangezien zijn in minister Paul een eigen minister voor po en vo hebben. Paul wordt in het nieuwe kabinet staatssecretaris, en ook daar hebben we een vraag over gesteld (figuur 7). Van onze deelnemers in het primair onderwijs heeft 51% geen mening over het hebben van een staatssecretaris in plaats van een minister, 33% vindt het geen goed idee. In het voortgezet onderwijs is dit 40% om 36%

Figuur 5
Figuur 6
Figuur 7

We hebben nog niet gekeken of de beoogde minister voldoet aan de eisen die Tappers hebben voor de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen, maar we gaan ons best doen de komende tijd vragen te blijven stellen, zodat onderwijskoppen en onderwijsbeleidsplannen meer gebaseerd kunnen worden op feitelijke gegevens over wat er echt op scholen gebeurt en de stemmen en meningen bevatten van degenen die er centraal in staan: leraren en schoolleiders. In het onderwijs worden te vaak beslissingen genomen zonder leraren om hun mening, ervaringen en overtuigingen te vragen, en zonder na te denken over hoe deze beslissingen hun praktijk zullen beïnvloeden. Teacher Tapp NL heeft als doel om de stem van leraren vaker, luider en nauwkeuriger te laten horen.

Elke dag geven we je een lees-, kijk-, of luistertip. En elke week verzamelen we de tips van de afgelopen week op onze blog! Omdat we vorige week een weekje vakantie hadden krijg je deze week de tips van 23 tot en met 28 juni!

Je kunt de tips ook in de app opslaan! Handig voor wat je later nog wilt lezen of als je artikelen rondom een thema wilt verzamelen! Of, als je een lijst wilt hebben van wat je gelezen hebt! Let op: opslaan van een tip kan 24 uur, opgeslagen tips blijven uiteraard beschikbaar zolang jij wilt in de app.

Vergeten een tip op te slaan? Ze staan gelukkig gewoon in onze blog:

Blog Teacher Tapp NL
Hoe efficiënt moet goed onderwijs eigenlijk zijn?
(Hoe niet) Goed voor jezelf zorgen in de laatste schoolweken
Praktische opdrachten en toetsen: tips voor in de les (VO).
Vragen stellen in zes stappen volgens Socrates.
Is het tijd voor wat minder vrijheid in ons onderwijs?
Eis je professionalisering op

  • Bericht gepubliceerd op:29 juni 2024