Sinds de update kunnen we makkelijk gericht vragen stellen aan specifieke groepen deelnemers. (Bijvoorbeeld aan leraren die examenklassen hebben! De resultaten daarvan komen in een andere blog!) Een specifieke groep bevragen, betekent over het algemeen ook dat we meer vragen klaar moeten zetten zodat elke deelnemer geschikte vragen krijgt. Dat lukt ons lang nog niet altijd. Zo hebben we echt inspiratie nodig voor onze deelnemers werkzaam in het mbo en het so. Heb je zelf goede vragen voor deze (of andere) groep deelnemers? Stuur dan vooral je suggesties in!

Deze week in onze blog: de overgang van po naar vo, het geven van een proefles als onderdeel van een sollicitatieprocedure en enkele inzichten over het contact met collega’s.

Overgang po/vo – wat verwachten leraren dat deze leerlingen kunnen?

Afgelopen week hadden we een vraag over de manier waarop het po wel of niet voorbereidt op het vo. We stelden twee vergelijkbare vragen. Eén aan deelnemers uit het po, en eén aan deelnemers uit het vo. Over een agenda kunnen beheren, kunnen plannen, een werkstuk maken en een presentatie geven.

Aan deelnemers in het po vroegen we welk van deze vaardigheden wordt aangeleerd/opgepakt in het voortgezet onderwijs (en dus minder aandacht krijgen in het primair onderwijs). Met name het beheren van een agenda en kunnen plannen (in wat mindere mate) vinden leraren uit het po zaken die in het vo worden aangeleerd/opgepakt (figuur 1). Een werkstuk maken en een presentatie geven zijn vaardigheden waarvan veel leraren uit het po vinden dat dit niet pas wordt aangeleerd/opgepakt in het vo.

Gelukkig denken de leraren uit het vo daar hetzelfde over! Zij verwachten dat leerlingen als ze naar het vo komen al eens een werkstuk hebben gemaakt en al eens een presentatie hebben gegeven (figuur 2). Kunnen plannen wordt door weinig van deze groep leraren verwacht. Een agenda beheren toch wel door meer dan een kwart.

Figuur 1- vragen gesteld aan deelnemers werkzaam in het po
Figuur 2- vragen gesteld aan deelnemers werkzaam in het vo

Proefles als onderdeel van de sollicitatieprocedure

Wij volgen op social media veel wat leraren en schoolleiders met elkaar delen en dit is voor ons vaak goede inspiratie voor vragen. Zo ook: de proefles als onderdeel van een sollicitatieprocedure. Is het nodig? En voor wie dan? En wordt dit op jouw school gedaan?

Reacties op (de resultaten) van de vragen over dit onderwerp waren wisselend; van zeer negatief tot grote voorstanders van het geven van een proefles. Rond de 30 % van onze deelnemers vindt dat een proefles überhaupt geen onderdeel zou moeten zijn van een sollicitatieprocedure (figuur 3). Ruim 60 % vindt dat het onderdeel zou moeten zijn van de sollicitatieprocedure voor leraren. Bij de andere rollen zijn de percentages een stuk lager.

Op de vraag of en voor wie momenteel het geven van een proefles onderdeel is van de sollicitatieprocedure is zien we dat 30 % van onze deelnemers aangeeft dat dit voor leraren geldt, voor de andere rollen komt dit nauwelijks voor (figuur 4). Zo rond de 60-70% van de deelnemers geeft aan dat een proefles helemaal geen onderdeel is van een sollicitatieprocedure op de school waar ze werkzaam zijn.

Figuur 3
Figuur 4

We vroegen afgelopen week ook naar de tevredenheid over de organisatiestructuur in de school. Een mooie vraag om te combineren met de voorkeur voor het geven van proeflessen binnen een sollicitatieprocedure. Wat opvalt is dat degenen die aangeven (zeer) ontevreden te zijn over de organisatiestructuur vaker graag zouden zien dat ‘de andere rollen’ een proefles moeten geven tijdens de procedure dan de deelnemers die (zeer) tevreden zijn over de organisatiestructuur van hun school.

Figuur 5

Collega’s

We waren benieuwd, hoe vaak hebben leraren te maken met een collega die ze écht niet ligt. We stelden daarom de vraag ‘Zijn er collega’s in jouw team waarmee je absoluut niet (meer) wilt samenwerken?’

Tegen de 60% geeft aan dat dit niet aan de orde is (figuur 6), voor ongeveer een kwart geldt dit voor één collega, de resterende groep ervaart dit voor meerdere collega’s. Deze verdeling blijft min of meer overeind voor de verschillende sectoren, bouw, maar ook leeftijd (figuur 7).

Figuur 6
Figuur 7

Naast het hebben van collega’s waar je wat minder goed bij aansluit, zijn er ook collega’s waarmee je een meer persoonlijke band opbouwt. Aan het begin van de week vroegen we of je in het weekend contact hebt gehad met collega’s. Over het algemeen geldt dat ongeveer 2/3 van onze deelnemers in het weekend contact heeft gehad met een collega. We zijn benieuwd in hoeverre mannen en vrouwen hierin verschillen, en of leeftijd uitmaakt. En ja, we zien enkele verschillen. ‘Oudere’ mannen hebben in het weekend minder contact met een collega dan ‘jongere’ mannen, voor vrouwen zien we het omgekeerde patroon (figuur 8).

Figuur 8

Omdat we ook benieuwd zijn in hoeverre dit contact werk en/of privé gerelateerd is halen we de groep die geen contact heeft gehad met collega’s uit het figuur (figuur 9). Duidelijk is dat mannen, meer dan vrouwen, uitsluitend contact hebben voor het werk, en dat naarmate mannen ouder zijn dit aandeel groter is. Ook vrouwen hebben naarmate ze ouder worden vaker uitsluitend voor werk contact. Jonge vrouwen hebben vaker uitsluitend contact om een niet-werk gerelateerde reden, maar het merendeel vaak in combinatie met een werkgerelateerde reden.

Figuur 9

Tips

Elke dag geven we je een lees-, kijk-, of luistertip. En elk week verzamelen we de tips van de afgelopen week op onze blog! Deze keer 27 mei tot en met 2 juni!

Weekblog Teacher Tapp NL
Organisatiestructuur van de school
Podcastserie: Ieder talent telt
Ruimte voor de toekomst
Bevoegd, bekwaam en survivor bias
4 betekenisvolle activiteiten voor op het einde van het schooljaar.
Het stellen van de juiste vraag

  • Laatste wijziging in bericht:4 juni 2022