Juni was de Maand van AI (artificiële intelligentie) in het onderwijs. Gedurende deze maand hebben we wekelijks vragen gesteld om dieper in te gaan op de integratie en impact van AI in de onderwijspraktijk. In deze blog verkennen we de verschillende perspectieven van leraren op AI: hoe en of ze de technologie gebruiken, hoe ze deze ervaren, en welke zorgen en wensen zij hebben met betrekking tot AI.

We wilden eerst een beter beeld krijgen van wat er bij leraren speelt als ze aan AI in het onderwijs denken. De reacties belichten de veelzijdigheid van ervaringen en opinies binnen het onderwijs.

Veel leraren zien AI als een hulpmiddel voor administratieve taken, nakijken, lesvoorbereiding en het bieden van extra middelen voor het lesgeven.

  • “Ontwikkelen van lesmaterialen, helpen met nakijken”
  • “Het maken van oefentoetsen, beoordelingsrubrics en nakijken van MC-toetsen”
  • “Creatieve ondersteuning”
  • “ChatGPT die werkdruk vermindert. Lesplannen die voor je gemaakt worden door AI”
  • “Toetsanalyses maken, beleidsstukken schrijven”
  • “Lesprogramma ontwikkelen, lesbrieven, werkvormen uitwerken”

Daarnaast zien leraren AI als een ondersteuningstool voor leerlingen, vooral bij het bieden van gepersonaliseerde leerervaringen en extra begeleiding.

  • “Extra ondersteuning voor leerlingen als ze aanvullende uitleg of opdrachten nodig hebben, of verbreding/verdieping zoeken waar in de reguliere lessen geen tijd voor is”
  • “Zelfsturend leren!! Onderzoeksvaardigheden bij leerlingen beter ontwikkelen. Want: klopt de info die de AI geeft wel?”
  • “Kinderen helpen met opdrachten en misschien zelf sociaal-emotionele vaardigheden”
  • “Extra instructie voor kinderen, of juist verrijking”
  • “Hulp bij trainen van onderwerpen die veel herhaling nodig hebben (bv leren van woordjes)”

Uit de open antwoorden blijkt dat de meeste leraren zich bewust zijn van wat AI te bieden heeft. 41% geeft echter aan weinig praktische ervaring te hebben met de toepassing ervan in het onderwijs. Ondanks dit gebrek aan ervaring, is er een groeiende interesse: ongeveer een op de vier leraren (23%) is begonnen met het verkennen van AI-mogelijkheden. Slechts een klein deel (5%) integreert AI-tools regelmatig in hun huidige lespraktijk. Dit laat zien dat de integratie van AI in het onderwijs nog in de beginfase verkeert. In figuur 1 zien we de verdeling per sector.

Figuur 1

Verder waren we nieuwsgierig naar de daadwerkelijke impact van AI op het lesgeven. Een overgrote meerderheid (69%) van de leraren (N = 819) merkt geen verandering in hun onderwijspraktijk door het gebruik van AI, terwijl 15% zowel positieve als negatieve effecten ervaart.

Als we specifieker kijken naar de verschillende vakgebieden (figuur 2), variëren de reacties:

Bij taalvakken rapporteert een merkbaar deel van de deelnemers gemengde invloeden. Bijvoorbeeld, 34% van de leraren Engels (N = 53) ziet zowel positieve als negatieve veranderingen, terwijl bij moderne vreemde talen zelfs 13% alleen negatieve effecten ervaart. Daarentegen merkt maar liefst 92% van de wiskundeleraren (N=52) geen enkel verschil in hun lesgeven. Praktijkgerichte vakken vertonen de meest positieve reacties op de impact van AI, met 35% van de leraren (N = 23) die alleen positieve veranderingen aangeven.

Voor de leraren die wel veranderingen waarnemen (N = 253), zijn de meest genoemde effecten het aanpassen van opdrachten (25%), verhoogde plagiaatcontrole (20%) en efficiënter tijdsbeheer (10%).

Figuur 2

Gezien het feit dat een aanzienlijk deel van de leraren al actief de mogelijkheden van AI verkent, waren we benieuwd naar de stappen die zij zetten richting formele professionalisering. Onder de deelnemers bestaat er een duidelijke interesse op dit gebied, al hebben de meeste nog niet actief deelgenomen aan dergelijke trainingen (figuur 3). Vooral in het primair onderwijs is de houding verdeeld: 54% toont geen interesse in AI-trainingen, terwijl 15% al deelgenomen heeft aan dergelijke programma’s. In het voortgezet onderwijs en speciaal onderwijs is de betrokkenheid iets groter: respectievelijk 35% en 22% van de leraren hebben al deelgenomen aan AI-trainingen, georganiseerd door de school of op eigen initiatief. Dit engagement is nog prominenter in het hoger onderwijs en het middelbaar beroepsonderwijs: meer dan de helft van de docenten heeft hier deelgenomen aan AI-gerelateerde professionaliseringsactiviteiten.

Figuur 3

Verder vroegen we welke ondersteuning leraren nodig achten om AI effectief in hun onderwijspraktijk te integreren (figuur 4). De resultaten laten zien dat er een sterke behoefte is aan professionele ontwikkeling (43%) en duidelijke richtlijnen (37%). Daarnaast ziet 25% van de deelnemers samenwerking met collega’s en experts als essentieel voor het succesvol integreren van AI.

Figuur 4

Wat denken Tappers over de inzet van robots als mede-leraren? Meer dan de helft van de deelnemers in het primair onderwijs (66%) en voortgezet onderwijs (55%) staat negatief tot zeer negatief tegenover het idee (figuur 5). In het middelbaar beroepsonderwijs is de houding positiever: Hier is 15% van de leraren (N = 47) geïnteresseerd maar ook bezorgd.

Figuur 5

De reacties op robots als mede-leraren weerspiegelen een dieperliggende onzekerheid over AI: Zo geven leraren (N = 1070) aan bezorgd te zijn over de betrouwbaarheid van AI-resultaten (24%) en over een fundamenteel gebrek aan begrip van hoe AI-technologieën werken (24%) (figuur 6). Deze zorgen benadrukken de noodzaak voor duidelijke, toegankelijke informatie over AI, zodat leraren zich zekerder voelen in hun interactie met deze technologie. Daarnaast maakt 22% zich zorgen over de ethische implicaties van AI, wat de behoefte aan sterke ethische richtlijnen en normen onderstreept.

De zorgen over AI komen ook duidelijk naar voren in de antwoorden op de open vraag “Waaraan denk je bij AI in het onderwijs?”. Een aanzienlijk deel van de antwoorden wijst op zorgen over het oneigenlijk gebruik van AI door leerlingen, zoals voor fraude of plagiaat. Leraren maken zich ook zorgen over het potentiële misbruik van AI-technologieën. Hier zijn enkele voorbeelden van de antwoorden:

  • “Plagiaat”
  • “Aan een toepassing die voornamelijk gezien wordt als een bedreiging”
  • “Zorgelijk: studenten die niet meer zelf nadenken”
  • “Fraude, docenten die hun eigen werk niet meer nakijken en zo belangrijke informatie missen”
  • “Ik denk aan frauderende leerlingen en leerlingen die deepfakes maken van medeleerlingen of van ons als docenten”
  • “Kan veel, maar is ook een bedreiging. Pubers kunnen nog meer ontwijken, waardoor ze niet datgene leren wat ze helpt bij het beoordelen van de output van AI”

Toch is er ook een opmerkelijk optimisme: 7% van de deelnemers (N = 1070) heeft geen enkele zorg met betrekking tot het gebruik van AI.

Figuur 6

Toch zien leraren ook belangrijke voordelen van AI in het onderwijs. Het grootste voordeel dat wordt genoemd, is het efficiënter gebruik van tijd, met 31% van de deelnemers die dit als het meest waardevolle aspect beschouwt (figuur 7). Personalisatie van het leerproces wordt door 11% genoemd als een significant voordeel. Daarnaast ziet 8% beter inzicht in de prestaties van leerlingen als een belangrijke meerwaarde van AI.

Figuur 7

Opvallend is dat 27% van de leraren aangeeft niet te weten wat het grootste voordeel van AI in het onderwijs is. Deze onzekerheid weerspiegelt zich ook in de verwachtingen over welke AI-toepassingen de grootste impact zullen hebben: 41% van de deelnemers weet niet welk type AI-toepassing de grootste impact zal hebben op het onderwijs (figuur 8). Toch verwacht 17% van de deelnemers dat adaptieve leersystemen, die onderwijs personaliseren op basis van leerlingdata, de meeste invloed zullen hebben. Slechts 13% van de deelnemers ziet een belangrijke rol voor generatieve AI. Opmerkelijk is ook dat 14% van de leraren denkt dat AI geen grote impact zou (moeten) hebben op het onderwijs.

Figuur 8

Uit de antwoorden op de open vraag blijkt dat personalisatie een belangrijk thema is voor de deelnemers. Dit komt duidelijk naar voren ook in de prioriteiten die leraren stellen wanneer ze de kans krijgen om zelf een AI-tool te ontwikkelen (figuur 9). De meerderheid (45%) ziet het grootste potentieel in een AI-tool die leermateriaal kan aanpassen aan de individuele behoeften van leerlingen. Daarnaast is er significant interesse (19%) in tools die toetsresultaten snel kunnen analyseren, wat de behoefte aan efficiëntie in beoordelingsprocessen onderstreept.

Deze voorkeuren voor personalisatie en efficiëntie zijn ook zichtbaar in de projecten die onder de vlag van het Nationaal Onderwijs Lab AI (NOLAI) tot stand komen. NOLAI initieert jaarlijks projecten die zich richten op het verbeteren van zowel basis- als voortgezet (speciaal) onderwijs met behulp van AI. De projecten worden in nauwe samenwerking met leraren ontwikkeld. Bijvoorbeeld, het project Technisch leren lezen met ASR zet Automatic Speech Recognition in om technisch lezen te ondersteunen door adaptieve oefeningen aan te bieden gebaseerd op de leesontwikkeling van de leerling. Een ander initiatief is het project Open vragen nakijken met hulp van AI, dat in september van start gaat. Dit project gaat een semiautomatische methode ontwikkelen om met hulp van AI open toetsvragen na te kijken, bedoeld om de werkdruk voor leraren te verminderen. Deze initiatieven tonen aan hoe AI doelgericht kan worden ingezet om directe onderwijsbehoeften van zowel leerlingen als leraren aan te pakken, waarbij leraren actief betrokken zijn bij zowel de ontwikkeling als de implementatie. Voor meer informatie over deze en andere projecten, bezoek de website van NOLAI.

Figuur 9

Samenvattend laten deze resultaten zien dat leraren vooral geïnteresseerd zijn in AI-toepassingen die personalisatie van het leren mogelijk maken en hen helpen tijd efficiënter te benutten. Hoewel er aanzienlijke zorgen zijn over de betrouwbaarheid en ethische implicaties van AI, erkennen veel leraren ook de waarde die AI kan bieden in het onderwijs, mits ze over de juiste kennis, hulpmiddelen en richtlijnen beschikken om deze technologie effectief te gebruiken.

Elke dag geven we je een lees-, kijk-, of luistertip. En elke week verzamelen we de tips van de afgelopen week op onze blog! Omdat we vorige week een weekje vakantie hadden krijg je deze week de tips van 29 juni tot en met 5 juli!

Je kunt de tips ook in de app opslaan! Handig voor wat je later nog wilt lezen of als je artikelen rondom een thema wilt verzamelen! Of, als je een lijst wilt hebben van wat je gelezen hebt! Let op: opslaan van een tip kan 24 uur, opgeslagen tips blijven uiteraard beschikbaar zolang jij wilt in de app.

Vergeten een tip op te slaan? Ze staan gelukkig gewoon in onze blog:

Blog Teacher Tapp NL
Wat is het effect van klaslokaalkenmerken op de ontwikkeling van leerlingen in het voortgezet onderwijs?
Boze mails van ouders: we kunnen het tij keren
5 Ways to Turn Your Students into Independent Learners
Van Vroonhoven wil ‘curlingbestuurders’
‘Zo efficiënt mogelijk onderwijs is een glijbaan naar almaar meer data en algoritmes’

  • Bericht gepubliceerd op:6 juli 2024