In een eerder blog schetsten we welke oorzaken van kansenongelijkheid onze deelnemers ervaren bij hun leerlingen en wie ze verantwoordelijk vinden voor het verminderen hiervan. In dit blog gaan we dieper in op de manier waarop volgens onze deelnemers scholen aandacht geven aan dit thema. 

Omdat leraren een belangrijke rol spelen in het streven naar kansengelijkheid (Onderwijsinspectie 2016; Agirdag & Merry 2020) is het van belang dat op scholen hier regelmatig het gesprek over wordt gevoerd. Dit gesprek kan o.a. gaan over het voorkomen van stereotypering en vooroordelen in de beoordeling van leerlingen, het geven van inclusief en gedifferentieerd onderwijs, de kansen en uitdagingen van de organisatie en samenstelling van de school, en het verrijken van kennis en vaardigheden van het personeel (Badoe & Day 202; Denessen 2017; SER 2021).

Het gesprek over kansenongelijkheid

Om zicht te krijgen in welke mate het thema kansen(on)gelijkheid leeft in de scholen, hebben we onze deelnemers gevraagd in hoeverre het besproken wordt op school en in hoeverre men het idee heeft dat de school, waar men werkzaam is, in staat is om kansenongelijkheid van leerlingen te verminderen. Duidelijk wordt dat, ondanks dat deelnemers eerder aangaven het een belangrijk vraagstuk te vinden, het thema in de scholen weinig onderwerp van gesprek is (figuur 1). Een derde van de leraren geeft aan dat het vraagstuk af en toe op school besproken wordt, rond de 40% geeft aan dat het weinig of niet besproken wordt. Over het algemeen zijn leraren  voorzichtig over de mate waarin ze hun school in staat achten om kansenongelijkheid van de eigen leerlingen te verminderen (figuur 2). Leraren werkzaam in het mbo zien duidelijk een grotere rol voor de school dan in de andere sectoren.

Figuur 1
Figuur 2

Op het moment dat deze vragen met elkaar gecombineerd worden zien we dat in de groep leraren die aangeeft dat zijn/haar school in grote mate in staat is kansenongelijkheid te verminderen, het percentage dat aangeeft dat het thema vaak besproken wordt, groter is (figuur 3). Daarbij geldt ook dat scholen waar het thema kansenongelijkheid meer wordt besproken vaker staan in een wijk met een (zeer) lage sociaaleconomische status (figuur 4).

Figuur 3
Figuur 4

Waar gaat het gesprek in school over?

We hebben onze deelnemers gevraagd over welke rollen wordt gesproken in de school. Leraren werkzaam in het basisonderwijs geven meer dan de andere sectoren aan dat het in dit gesprek gaat over de rol van ouders, naast het team of bijvoorbeeld externe partijen. In het mbo staat de rol van het team en de leraar zelf meer centraal in het gesprek, en in het speciaal onderwijs zijn externe partijen vaker het onderwerp van het gesprek.

In de onderbouw havo/vwo is de rol van ouders vaak aan de orde, op het vmbo staat de rol van het team meer centraal (figuur 6).  Van de leraren werkzaam in het vo geeft 25% aan geen zicht te hebben op de inhoud van het gesprek in de school. Hierbij valt op dat ruim een derde van de leraren werkzaam in de bovenbouw havo/vwo aangeeft dat het gesprek over kansenongelijkheid niet of nauwelijks wordt gevoerd op de school waar ze werkzaam zijn (figuur 6). Daarnaast weet een aanzienlijke groep niet waar het gesprek over gaat.

Figuur 5
Figuur 6

Op scholen waar kansenongelijkheid regelmatig wordt besproken gaat het veelal over de rol van het team en de ouders.  De groep leraren die aangeeft dat het huidige gesprek vooral gaat over de rol van individuele leraren of het team, vindt dat de rol van ouders ook aan de orde moet komen (figuur 7). Andersom geldt dat daar waar vooral de rol van ouders of externe partijen onderwerp van gesprek is, leraren vinden dat de rol van het team ook aandacht moet krijgen. Al met al maakt het voorgaande duidelijk dat leraren vinden dat de rol van het team en die van de ouders onderdeel van het gesprek op school zouden moeten zijn.

Tot slot, van de groep leraren die aangeeft dat er in de school niet/nauwelijks wordt gesproken over het thema is slechts 5% van mening dat het niet nodig is het thema te bespreken (figuur 7). Een derde van de groep die het wel van belang lijkt te vinden, geeft aan niet direct te weten waar het gesprek over zou moeten gaan. Dit geeft wellicht aan dat een bepaalde basiskennis over het vraagstuk ontbreekt of dat er slecht zicht is op rollen en verantwoordelijkheden binnen de school.

Figuur 7

Mate van tevredenheid onder leraren over rol school

Tot slot bekijken we nader of de groep leraren die aangeeft dat hun school niet/nauwelijks een verschil kan maken dit als een probleem ervaart. Ongeveer de helft van deze groep voelt zich ontevreden of bezorgd over de situatie (figuur 8). Ook onder de groep leraren die aangeeft dat de school in beperkte mate invloed heeft, bevinden zich ook  bezorgde en ontevreden leraren. Ongeveer 40% van deze ontevreden groep geeft aan dat het thema überhaupt niet besproken wordt (figuur 9). Een gebrek aan aandacht voor de rol van het team of ouders lijkt vooral de reden tot zorg of frustratie te zijn (figuur 10).

Tot slot is er een vrij grote groep leraren (n=131) die neutraal reageert op de manier waarop de school in staat is kansenongelijkheid van leerlingen te verminderen. Van deze groep geeft 40% aan dat het thema niet wordt besproken, 20% geeft aan dat ze niet weet waarover wordt gesproken (figuur 9). Een derde van deze groep heeft geen idee waar het gesprek ook over zou moeten gaan, een vijfde geeft aan dat de rol van het team aan bod moet komen (figuur 10).

Figuur 8
Figuur 9
Figuur 10

Samengevat

Deze blog geeft inzicht in de mate waarin het thema kansen(on)gelijkheid besproken wordt in de scholen van onze deelnemende leraren. Ondanks dat onze deelnemende leraren eerder hebben aangeven kansen(on)gelijkheid een belangrijk onderwijsvraagstuk te vinden, geeft toch een groot deel aan dat het thema niet/nauwelijks wordt besproken in de school OF dat ze niet weten waar het gesprek in de school over gaat.

Het verkregen inzicht laat zien dat het thema op havo/vwo scholen minder vaak besproken lijkt te worden. In een eerder blog lieten we zien dat deze groep leraren, vaker dan leraren in andere sectoren, aangeeft dat ze kansenongelijkheid van hun leerlingen in beperkte of niet/nauwelijks kunnen verminderen.

Ondanks dat kansenongelijkheid vaak wordt geassocieerd met achterstanden, taalproblemen, lagere sociaaleconomische status, kan kansenongelijkheid wel degelijk aan de orde zijn bij leerlingen met een hogere sociaaleconomische status. Agirdag & Korkmazer (2015) geven het voorbeeld dat een kind van een niet-westerse hoogleraar minder kansen heeft dan dat van een westerse hoogleraar bij hetzelfde intelligentie niveau. Het is daarom wel degelijk een thema waar deze groep leraren zich ook bewust van moet zijn, en het gesprek met elkaar over zou moeten voeren.

In een volgend blog over kansen(on)gelijkheid gaan we dieper in op waar leraren kennis over kansen(on)gelijkheid opdoen, of ze deze kennis voldoende vinden en in hoeverre de school waar ze werkzaam zijn ze hierin faciliteert. Mocht je zelf een vraag willen stellen over hoe het verminderen van kansenongelijkheid in de praktijk in zijn werk gaat, of over hoe leraren daarover denken wees welkom om deze bij ons in te dienen.

Tips van afgelopen week

In alle weekblogs vind je de gegeven tips nog eens terug. Deze keer van 13 tot en met 19 januari.

Blog Teacher Tapp: Een goed begin!

Leidraad: Onderwijs vanuit hoge verwachtingen

Retrieval practice

Nivoz podcast met Lisette Bastiaansen

Doorloopjes blog #3: Uitleggen & Voordoen

Hoe blijven we onze leerlingen en studenten motiveren in deze tijd?

Zorgen scholen even goed voor leraren als voor leerlingen?

  • Laatste wijziging in bericht:20 januari 2022